Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
396 Plantemtojfen.
wordt dikwijls met den naam van werking door contact (onderlinge
aanraking), of werking door katalyse (verandering) bestempeld.
461. Mout en diastase. Men overgiete | lood grof gestooten
gerstenmout met 4 lood laauw water, late het eenige uren bij een
vuur of in den zonneschijn staan en zijge het dan door een lapje;
in de doorgeloopen vloeistof (moutaftreksel) is eene nog niet naauw-
keurig bekende stof opgelost, diastase genoemd, waardoor zetmeel
op dezelfde wijze als door zwavelzuur in gom en suiker veranderd
kan worden.
Proef. Eene vierde gedeelte van het moutaftreksel wordt ver-
mengd met eene heete stijfselpap, die men uit f lood aardappelen-
zetmeel en 4 lood water bereid heeft; men verhit nu het mengsel
zacht (niet hooger dan tot 65° C.) zoo lang tot dat het dun en
doorzigtig geworden is. Nu kookt men nog eenige oogenblikken,
en zijgt door. De vloeistof wordt door jodiumtinctuur niet meer
blaauw gekleurd, terwijl wijngeest er een overvloedig nederslag
in te weeg brengt. Laat men haar op eene warme plaats indroo-
gen, dan is de tcrugblijvende massa gelijk aan die, welke wij in
458 verkregen hebben; het is dextrine of stijfselgom.
Proef. Met het overige moutaftreksel handele men geheel op
dezelfde wijze, maar zette de verwarming eenige uren voort, het-
geen het best op de plaat van eenen kagchel geschiedt, die aan de
vloeistof slechts eene warmte van 70 tot 75 graden kan mededeelen.
Ook hier zal zich eerst dextrine vormen, welke later in suiker ver-
andert, zoo als men ligt door den smaak kan ontdekken. Door
afdamping verkrijgt men, even als in 459 , stijfselstroop.
462. Deze verandering, welke het zetmeel door het mout onder-
gaat, is aan de in het mout bevatte diastase toe te schrijven.
Gelijk men ziet, werkt deze stof geheel op dezelfde wijze als het
zwavelzuur; het is eehter nog geheel onbekend, hoe deze werkin-
gen geschieden. Bij 100°, dus wanneer men de vloeistof kookt,
wordt de werking van het mout (van de diastase) vernietigd. Zeer
belangrijk is deze suikervorming voor den bierbrouwer en den
brandewijnstoker, want wanneer deze uit gerst of tarwe bier, of
Tiit koren en aardappelen brandewijn willen maken, zoo moet eerst
het hierin bevatte zetmeel in suiker veranderd worden, voor dat
er gisting en alzoo vorming van wijngeest kan plaats hebben. In
beide gevallen bewerkt het bij het bierbrouwen en brandewijnstoken
onontbeerlijke mout deze verandering.
463. De smaak van het mout is zoet en slijmig, daar reeds ge-