Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
32 Jfuter en warmte.
gescliiedt hetzelfde, wat bij de kunstmatige verdamping gebeurt,
doeh allengs en zonder zigtbare beweging van het water, dewijl
dit slechts aan de oppervlakte en niet, zoo als bij het koken,
door de geheele massa heen dampvormig wordt. De damp stijgt
onzigtbaar in de lucht op. De warme lucht kan wel is waar meer
daarvan opnemen dan de koude, doch altijd voor eiken graad van
temperatuur slechts eene vast bepaalde hoeveelheid , des te grooter
of kleiner, naarmate de lucht warmer of kouder is. Zoo kunnen
100 maten lucht bij 0° C. opnemen J maat waterdamp, bij 10° C.
li maat, bij 20® C. 2» maat enz. Indien de lucht de hoeveel-
heid damp, die zij bij hare temperatuur kan opnemen, nog niet
opgenomen heeft, iadien er zich b. v. in 100 maten lucht van 20°
nog slechts 1 of maat damp bevindt, zoo neemt zij gretig nog
meer op , en natte voorwerpen worden door de snelle verdamping
van het water spoedig droog; wij noemen deze lucht dan droog.
Bevat zij daarentegen reeds zoo veel damp, als zij bij de plaats
hebbende temperatuur kan vasthouden of, gelijk men gewoonlijk
zegt, kan oplossen, zoo heet zij vochtig of met dampen verzadigd,
dewijl vochtige stoffen daarin slechts langzaam of in het geheel
niet droogen. Komt er nog meer damp bij of wordt de lucht
koeler, zoo zondert zich het overvloedige water onder de gedaante
van zigtbare blaasjes af, die men nevel noemt, wanneer zij op de
aarde rusten, en wolken, wanneer zij in de hoogere streken der
lucht zweven. Tot verschijnselen van deze soort behooren verder
de witte rook, dien wij in den winter uit de schoorsteenen zien
opstijgen, het zigtbaar worden van onzen adem, wanneer wij in
de koude lucht uitademen, het rooken der rivieren des winters en
na een onweder , enz.
38. Geschiedt de afkoeling van vochtige lucht door een koud
vast ligehaam, zoo zetten zich de verdigte dampen op hetzelve als
kleine waterdruppen neder, zoo als men bij het beslaan van een
koud glas ziet, dat men in eene warme kamer brengt, of aan het
beslaan van de vensterglazen aan de binnenzijde, wanneer zij door
de koude buitenlucht afgekoeld worden. De temperatuur, waarbij
dit geschiedt, noemt men daauwpunt; het wijst ons aan, dat bij
deze temperatuur de lucht volkomen met waterdamp verzadigd
zoude zijn.
Proef. Men vuile een bierglas voor i met water , dat juist de
temperatuur der lucht heeft, steke er een' thermometer in en doe
er nu allengs bij kleine tusschenpoozen zoo lang zeer koud water , of