Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
398 Plaiitensioffen.
Proef. Men vermenge in een seliaaltje 1 lood zetmeel naauw-
kenrig met 1 drachme water cn 4 droppels salpeterzuur, late het
mengsel in de lucht droog worden en plaatse het dan op de plaat
van eenen oven, die zoo warm is, dat zij even sist, wanneer men
er den bevochtigden vinger aan brengt. Na eenige uren zal al het
salpeterzuur verwijderd zijn en een proefje van het zetmeel zal zich
in koud water grootendeels, in heet volkomen oplossen. De zoo
bereide stijfselgom heeft eene witte of hoogstens eene geelach-
tige kleur.
Proef. Men bereide uit aardappelenzetmeel door koking met
water eene pap en vermenge deze, terwijl zij nog heet is, in een
schoteltje, onder voortdurend omroeren, met eenige droppelen zwa-
velzuur ; dat hierdoor eene verandering van het zetmeel te weeg
gebragt wordt, blijkt terstond, daar de eerst papachtige massa wel-
dra dun vloeibaar wordt. Het schoteltje wordt nu op een potje ge-
plaatst, waarin water zacht kookt (dampbad) cn zoo lang aan de
Pig. 187. heete waterdampen, die dc vloeistof niet geheel aan de
kook kunnen brengen, blootgesteld, tot dat zij geheel
doorzigtig geworden-is. Dan vermengt men de vloeistof
bij kleiue hoeveelheden zoo lang met gewasschen krijt,
tot zij niet meer zuur reageert, en laat ze dan, wan-
neer het gevormde gips afgefiltrecrd is, op eene warme
plaats indroogen. Hetgeen terug blijft heeft een amorph
glasachtig aanzien, is bijna smakeloos en lost zieh in water tot
eene doorzigtige, slijmige vloeistof op. In wijngeest is het niet
oplosbaar. Plantenstoffen, die deze eigenschappen bezitten, worden
in het algemeen gommen genoemd; de hier uit zetmeel verkregen
gom heeft den bijzonderen naam dextrine verkregen.
Bij deze proef kan men de verandering van zetmeel in dextrine
op den voet volgen, door nu en dan een proefje vau de vloeistof —
nadat het bekoeld is — met jodiumtinetunr tc onderzoeken. Zoolang
er nog onveranderd zetmeel aanwezig is, neemt de vloeistof eene
zuiver blaauwe kleur aan. Is de verandering geschied, dan zal
wijngeest, tot de vloeistof gevoegd, daarin ccn ruim nederslag van
dextrine doen ontstaan.
459. Stijfselsuiker. Proef. Dc vorige proef wordt met deze
verandering herhaald. Men brenge 5 lood water met 20 droppelen
zwavelzuur aan het koken en voege er dan 2 lood zetmeel, met
eeu weinig water tot eene brij aangeroerd, bij, doch slechts bij
kleine hoeveelheden, zoo dat de vloeistof niet van de kook geraakt.