Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
r
li.-'
392 Plaiitensioffen.
sago. De echte sago wordt op eene dergelijke wijze iu Indie uit
eene soort van zetmeel bereid, die men uit het merg van vele
palmsoorten trekt.
De echte sago vormt harde korrels, die bij het overgieten met
kokend water wel opzwellen eu geleiachtig worden, maar toch meer
of min afgezonderde korrels blijven. De korrels der nagemaakte
sago kunnen tussehen de vingers gemakkelijk fijngewreven wor-
den ; met kokend water vormen zij eene dikke gelijkvormige pap.
Door water opgezwollen vinden wij de zetmeelkorreltjes ook in
de gekookte aardappelen. In 1 pond raauwe aardappelen is onge-
veer 4 pond sap en 4 of 5 lood zetmeel voorhanden; bij de hitte
van het kokende water wordt dit sap door het zetmeel ingezogen
en de opgezwollen korreltjes vervullen nu de cellen , die daardoor
Fig. 186. eenen afgeronden vorm aannemen. Nevensgaande
figuur is eene vergrootte afteekening van deze cellen;
zij doen zieh netvormig voor, daar het eiwit in het
dat door het koken gestremd is, de ruimten tus-
schen de afzonderlijke korreltjes vervult. Alle onze ge-
bakken eetwaren bevatten zetmeel als hoofdbestanddeel en zijn
daaraan hunne losheid en kruimigheid verschuldigd.
457. Troef. Men verhitte in een potje | drachme zetmeel met
2—3 lood water onder gedurig omroeren, tot dat het kookt; het
mengsel wordt eerst slijmig en dan dik als gelei. De zetmeelkor-
reltjes zuigen water in en zwellen daardoor zoo op, dat de oni-
kleedselen barsten. Deze opgezwollen zetmeelmassa gebruikt men
onder den naam van stijfsel om te plakken cn in de katoendruk-
kcrijen om de klcurstoifen dikker te maker. Haalt men de wasch
door eene dunne zetmeelbrij, zoo wordt deze na het droogen stijf
en verkrijgt door drukken en strijken een glanzend aanzien (ap-
pretuur). Het sterke opzwellen van vele onzer meest bekende
voedingsmiddelen, van rijst, gort, boonen , erwten en linzen enz.,
wanneer ze met water gekookt worden , wordt nu gemakkelijk
door hun rijk gehalte aan zetmeel verklaard.
Troef. Laat men stijfselpap eenen tijd lang op eene warme
plaats staan, zoo wordt zij langzamerhand dunner en zuur; zij
gaat hierbij in een eigendommelijk zuur over, hetwelk den naam
van melkzuur voert. Hetzelfde zuur ontstaat bij het zuur worden
der melk en geeft aan de geronnen en gekarnde melk den be-
kenden zuren smaak.
Troef. Men verdunne een weinig stijfselpap met veel water eu