Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
390 . Plantenstoffen.
Proef. Heeft men uit de zoo even vermelde vloeistof door koken
en filtreren het planteneiwit afgeseheiden, zoo vermenge men haar
met eenige droppelen van het een of ander zuur: er zal zich nog-
maals een wit, vlokkig ligchaam afzetten: dit heet plantencaseïne
(kaasstof), daar het zoowel in zamenstelling als in andere eigen-
schappen de grootste overeenkomst heeft met do in de melk bevatte
kaas (diereaseïne). De plantencaseïne bevat, evenals het planten-
eiwit, stikstof, maar onderscheidt zich van dit laatste daardoor,
dat zij niet door koking, maar door zuren wordt afgescheiden. Zij
komt in het sap van zeer vele planten voor, het rijkelijkst in de
zaden der peulvruchten; doch ook de aardappelen bevatten daarvan
eene geringe hoeveelheid.
453. Tarwemeel. Proef. Eene handvol tarwemeel wordt met
zoo veel water te zamen gekneed, dat er een stijf deeg ontstaat;
dit deeg bindt men in een dik linnen lapje en kneedt het onder
water, dat nu en dan wordt ververseht, zoo lang, tot dat het
water niet meer melkachtig wordt. Uit het troebele water zet
zich na eenigen tijd een wit meel af: dit is eveneens wederom
amylum.
Amylum is het eene hoofdbestanddeel van het tarwemeel, zoo als
van alle meelsoorten; het andere blijft te gelijk met de ceUenstof,
in het lapje terug, als eene kleverige, taaije, graauwe massa, die
den naam van plantenklcefstof (gluten) verkregen heeft. Deze stof
zwelt in water slechts op , zonder zich daarin op te lossen; zij komt
in zamenstelling zeer nabij aan het planteneiwit, en bevat, even
als dit, stikstof.
Verwarmt men het van het amylum afgegoten water tot de
kookhitte, zoo wordt het troebel en geeft, wanneer het ccn weinig
afgedampt is, een gering vlokkig nederslag; het tarwemeel bevat
derhalve ook eene geringe hoeveelheid planteneiwit.
454. Vereenigt men de resultaten dezer proeven, zoo vindt men,
dat in de aardappelen en erwten, even als in het tarwemeel, be-
halve dc beide stikstofvrije stofi'cn, ccllenstof en zetmeel, altijd nog
een of eenige stikstof houdende stoffen, planteneiwit, caseïne en
kleefstof bevinden, namelijk:
Stikstofvrije stoffen :
jpclen: cellensi
a: cellcns
in het tanvemccl: cellenstof, zetmeel.
in de aardappelen: ccllenstof, zetmeel,
in de envten : cellcnstof, zetmeel.