Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Zetmeel of amylnm. 389
eiwit, hetwelk vooral gekenmerkt is door de eigenschap van oor-
spronkelijk in koud cn in warm water oplosbaar te zijn, maar door
koking te stremmen. Het bevat stikstof, het zetmeel niet.
Froef. Van het gestremde eiwit strijke men een weinig op
platinablik en verhitte het boven eene lamp; het verbrandt met
ecu zeer onaangenamen, brandigen reuk. Zetmeel op deze wijze
behandeld, riekt ook wel brandig, maar op verre na niet zoo on-
aangenaam. Alle stikstofbevattende ligchamen verhouden zich in
dit opzigt even als het eiwit, alle stikstofvrije als het zetmeel;
daarom verspreidt een wollen lapje bij het verzengen een veel
sterker prikkelenden reuk dan een boomwollen of linnen; in de
wol is namelijk stikstof bevat, in de boomwol cn het linnen niet.
Een verseh doorgesneden aardappel heeft eene witte kleur, die
eehter aan de lucht langzamerhand in bruin overgaat; ccnc derge-
lijke verandeiing ondergaat de uit geraspte aardappelen uitgeperste
vloeistof; zij is eerst kleurloos , maar wordt langzamerhand donker-
der. De nog niet naauwkeurig bekende stof, die deze kleursver-
andering bewerkt, wordt onder den algemeenen naam kleurstof
begrepen; zij is in wateroplosbaar, zoo als uit het zoo even ver-
melde blijkt.
Troef. Men menge 20 droppelen zwavelzuur met 6 lood water
cn giete dit zure water op eenige aardappelen, die men in dunne
Schijfjes heeft gesneden; na 24 uren worden zij er uitgenomen,
al het aanhangende zuur afgewassehen en gedroogd. Te gelijk met
het sap verliezen de aardappelen hierbij eiwit en kleurstof en vor-
men na het droogen eeue vaste mcelige, witte en smakelooze massa,
die met kokend water weder opzwelt en week wordt. Zonder deze
behandeling gedroogd, worden de aardappelen graauw en hoorn-
achtig cn bekomen eenen onaangenamen smaak.
452. Erwten. Troef. Men overgiete eene handvol erwten in
een groot potje met water en late ze eenige dagen in eene warme
kamer staan; oen groot gedeelte van het water wordt door dc erw-
ten ingezogen; zij zwellen daardoor op en worden eindelijk zoo
week, dat zij zich tusschen de vingers fijn laten wrijven. Zijn zij
zoo ver geweekt, dan wrijft men ze in een mortier fijn, .voegt cr zoo
veel water bij, dat er eene dunne brij ontstaat en drukt deze door
een linnen lapje. Ook hier verkrijgt men, even als bij de aardappe-
len: 1. cellcnstof, die in het lapje terugblijft, 2. amylum, dat zicH
bij het bezinken der troebele vloeistof afzet, en 3. planteneiwit,
wanneer men de afgegoten vloeistof tot aan de kookhitte verwannt.