Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Koken en verdampen van het watei-, 31
waren iu den damp schuilende, zij werden bij het verdampen ge-
bonden , bij het verdigten weder vrij gelaten. Zij zijn ook afkom-
stig van de spiritusvlam, zoo als men uit de aangegevene tijdsver-
loopen kan opmaken. Gesteld , de tijd, die noodig was, om het
water in de kolf aan het koken te brengen, heeft 10 minuten en
de tijd van toen af tot aan het koken van het water in het glas,
heeft eveneens 10 minuten bedragen, zoo volgt hieruit, dat de-
zelfde hoeveelheid warmte , die verbruikt werd , om 5 lood water
van O—100" te verwarmen, slechts 1 lood water kon doen ver-
dampen; de geheele hoeveelheid warmte, die in de laatste 10
minuten door de wijngecstlamp werd voortgebragt, moet dus als
schuilende warmte in den damp zijn overgegaan. Nam 1 lood
kokend water bij het verdampen 500° warmte op, zoo moet het
ook weder even zoo veel afgeven , wanneer het tot vloeibaar water
wordt verdigt; het moet in staat zijn, uit 5 lood water van 0°
5 lood van 100° te maken.
De eigenschap van den stoom , groote hoeveelheden warmte te
binden en bij het verdigten weder af te geven, maakt hem zeer
geschikt tot het verwarmen van andere ligchamen, waarbij men
tevens geen aanbranden te vreezen heeft, daar de stoom, niet
besloten zijnde, niet warmer dan 100° C. wordt. In de apotheek
bereidt men aftreksels en afkooksels door stoom; in de huishou-
ding kookt men daarmede spijzen; in branderijen destilleert men
door stoom; in verwerijcn en bleekerijen gebruikt men stoom tot
het uitkoken en ontkleuren der stoifen met water; in andere ge-
stichten tot verwarming der lokalen, tot
droogen enz.
Het verdwijnen en vrij worden vau
warmte door verandering van den aggre-
•gatietoestand der ligchamen kan door ne-
vensgaand schema aanschouwelijk ge-
maakt worden. Bij het opstijgen in de rig-
ting der pijlen (bij smelting en verdam-
ping) wordt er warmte schuilend, bij het
nederdalen (bij het verdigten van dampen
vast en bij het vast worden of bevriezen van
vloeibare ligchamen) wordt er warmte vrij.
37. Water in een kopje aan de lueht blootgesteld verdwijnt
allengs, in den zomer schielijker, in den winter langzamer, het
wordt door de wannte der lueht dampvormig , het verdampt. Hierbij