Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Veranderingen der plantencellenstof. 385
Bij de verkoling Bij de verrotting onder water
a. lichtgas, ^ a. moerasgas,
, I koolzmir , l b. koolzuur,
j j j c. gedeeltelijk wordt zij ) e. gedeeltelijk
stof veranderd < . j j < ^^ . .
verbrande veranderd m verrotte stof-
stoffen (teer, feu (slib, turf
coaks enz.). enz.).
Bij deze verrotting onder water wordt dikwijls de daartoe noo-
dige zuurstof, die de lucht in dit geval niet kan aanvoeren, aan
de minerale stoffen ontnomen, die in het water opgelost zijn. In-
zonderheid is dit het geval met de zwavelzure zouten, die daardoor
tot zwavelmetalen worden gereduceerd. Op hunne beurt worden
deze laatst,en door het koolzuur der lucht weder ontleed in kool-
zurezouten en in zwavelwaterstof; aan deze laatste toch is de
verpestende stank van stilstaande wateren, waarin organische stof-
fen rotten, voor een groot gedeelte toe te schrijven.
Het water der Amsterdamsche grachten is door de nabijheid van
het zeewater rijk aan zwavelzure zouten (van kalk en soda). Wan-
neer des zomers de verrotting der plantenstoffen door de warmte
wordt bespoedigd , heeft deze scheikundige werking vooral plaats,
en ziedaar de reden van den bekenden stank, dien die grachten
aldaar des zomers verspreiden.
447. De turf vormt zich uit moerasplanten, die onder water
langzaam verrotten; ieder jaar ontstaat er eene nieuwe vegetatie,
die na het afsterven op den bodem zinkt, en op deze wijze kan na
verloop van tijd een geheel moeras zich zelf dempen. De jonge
turf heeft een bruin, vezelachtig weefsel, waaraan de afzonderlijke
plantendeclen zich nog duidelijk laten onderscheiden (ligte turf);
na verloop van tijd vervalt echter deze tot eene zwarte, slibach-
tige massa, die men even als de gebakken steenen in vierkante
stukken vormt (baggerturf). De oude zwarte turf glimt slechts
bij het verbranden, een bewijs, dat de waterstof der planten,
waaruit zij ontstaan is, gedurende de rotting grootendcels afge-
scheiden is.
448. Bij de vorming van turf ontwijkt, zoo als reeds aange-
merkt is, voortdurend koolzuur; een gedeelte van dit koolzuur
blijft iu het water opgelost; en hieruit verklaart zich, waarom het
water, dat door turflagen in de aarde dringt en op lagere plaatsen
als bronnen weder tevoorschijn komt, dikwijls zoo veel koolzuur
25