Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Verandenngen der plantencellenstof,
381
bij verbranding als bij verrotting eene donkerder, eerst bruine,
cn ten laatste zwarte kleur aanneemt; wanneer steeds naar even-
rediglicid meer waterstof dan koolstof weg gaat, zoo moet nood-
wendig het overschot, bij de immer voortgaande ontleding, rijker
aan kool en, in den regel, te gelijk donkerder van kleur worden.
445. Humus. De bruine of zwarte massa, die een der laatste
producten van dc ontleding der plantenstoffcn door verrotting aan
de lucht is, heeft den naam humus ontvangen. Even als hout,
wanneer het half verbrand is, nog verder verbranden kan, zoo
gaat ook de langzame ontleding der humus voort, en in beide
gevallen, bij verbranding en verrotting, houdt men ten laatste
slechts eene geringe hoeveelheid niet vlugtige zouten en aarden ,
die het hout gedurende zijnen wasdom uit den bodem opgeno-
men heeft, over (asch). Denkt men zich deze beide ontledingen
in twee perioden gedeeld, zoo ontstaat:
bij de verbranding
bij de verrotting
water (veel),
koolzuur,
half verbrand
hout.
1 water (wei-
nig),
koolzuur.
uit het hout
. in de eerste
periode
uit de humus
in de tweede
periode
I
!w!
ui;
ko
water (veel),
koolzuur,
humus.
water
nig) .
koolzuur.
(wei-
blijft over: asch.
uit het hout j
in de eerste \
periode |
uit het half-
verbrande
hout in de
tweede periode
blijft terug: asch.
Humus beteekent dus zoo veel als verrottende plantaardige stof-
fen. In dezen zin is de naam humus reeds langen tijd in de
landhuishoudkunde bekend en geëerd. Humus noemt men de
bovenste zwarte of bruine aardlaag, die zich in dc bosschen door
de verrotting der afgevallen bladeren gevormd heeft; rijk aan
hiunus wordt de donkere, vette tuinaarde genoemd, waarin zich
vele half ontleedde organische stoffen bevinden, arm aan humus
de dorre, ligt gekleurde aarde, waarin zij ontbreken. Dc land-
huishoudkundige weet, dat dc humus in zijne landerijen niet,
zoo als in bosschen, van zelf vermeerdert, maar integendeel ver-
mindert en wel des te sneller, hoe rijker oogst hij er van trekt;
hij weet, dat humusbevattende velden in den regel vruchtbaarder
zijn dan die, waarin zij ontbreekt en hij tracht derhalve dc door