Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
380
Veranderingen, der plantencellenstof,
Kunstmatig worden uit de
steenkolen verkregen:
a. Lichtgas.
b. Steenkolenteerolie.
c. Steenkolenteer.
d. Kunstmatige asphalt.
(Steenkolenpik.)
e. Anunoniahoudend teer^vater.
f. Coaks. (C.)
In de natuur komen voor:
a. Brandbare gassen (het heilige
vuur der brahminen) stroomen
hier en daar nit rotsspleten.
b. Steenolie komt in Perzie uit de
aarde voort.
e. Bergteer wordt in vele aardla-
gen in Perzie en in Prankrijk
aangetroffen.
d. Natuurlijke asphalt (jodenlijm)
wordt in de Doode Zee en in
andere Aziatische meren gevon-
den.
e. Anunoniahoudend water stroomt
als damp te gelijk met borium-
zuur in Toscane uit de aarde.
f. Anthracit (C) komt even als de
steenkolen in groote lagen in
de aarde voor.
D. Verandering der plantenstoffen door lucht en water.
(Verrotting.)
444. Verrotting aan de lucht. Laat men plantenstoffen, b. v.
hout, bladeren, stroo enz. aan de lueht liggen, zoo zuigen zij
vochtigheid op en worden langzamerhand bruin en murw : zij
verrotten. De chemische werking, die hierbij plaats heeft, heeft
veel overeenkomst met de verandering, welke het hout bij de
verbranding ondergaat, maar geschiedt oneindig langzamer; wat
bij de verbranding in minuten geschiedt, bewerkt de verrotting
eerst in jaren. Bij de verbranding wordt uit de bestanddeelen
van het hout en de zuurstof der lucht, koolzuur en water ge-
vormd, en het zijn deze producten, die ook bij de verrotting van
het hout ten slotte gevormd worden.
Bij de verbranding oxydeert de waterstof zich sneller dan de
koolstof, hetzelfde geschiedt ook bij de verrotting. Uit deze laat-
ste opmerking verklaart zich nu ook, waarom het hout zoowel