Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Verandenngen der plantencellenstof, 377
gemakkelijk oplost, verdund worden, daar het anders te sterk
werkt. 1 Droppel creosoot lost zich in ruim eene drachme water
op; deze vloeistof (ereosootwater of aqua binelli), die op vleeseh
eveuzoo werkt, wordt als bloedstillend middel aangewend. De
rook, die zich bij de nooit volkomen plaats hebbende verbranding
van hout of steenkolen in onze kagchels vormt, bevat steeds een
weing creosootdamp en is hieraan den cigendommelijken reuk en
de eigenschap om de oogen te doen tranen, verschuldigd. Alles
wat de volkomene verbranding verhindert, b. v. ongenoegzame
toetreding der lucht, nat brandmateriaal, moet derhalve de vor-
ming van creosoot vermeerderen en den rook prikkelender ma-
ken. Tot het rooken van vleeseh is deze rook het meest geschikt
cn men verwekt hem met dit oogmerk door verbranding van groen
rijshout, of door den trek in het vuur te verminderen.
43Ü. Destilleert men houtazijn zeer langzaam, zoo gaat eerst
eene spiritueuse, vlugtige naar brandewijn gelijkende vloeistof
over, die ruwe houtgeest genoemd wordt Hoofdzakelijk bestaat
deze vloeistof uit een ligchaam, dat in eigenschappen en ontle-
dingsproducten groote overeenkomst met den alcohol of wijngeest
heeft, maar anders zamengestcld'is. Men heeft het daarom hout-
geest of houtalcohol (methyloxydehydraat) genoemd.
440. De houtteer is harsachtig d. i. onoplosbaar in water, op-
losbaar in wijngeest; daarenboven zeer rijk aan koolstof, zoo als
men reeds uit hare zwarte kleur kan vermoeden. Bij de destil-
latie scheidt zij zieh in eene vlugtige olie (houtteerolie) en in
eene niet vlugtige, zwarte brandhars (.577). Dezelfde scheiding,
maar langzamer, heeft ook plaats, wanneer men hout met teer
bestrijkt; de iu de poriën van het hout verhardende hars verhin-
dert dan het indringen van het water, en hierdoor, zoo alsook
door het in de houtteer bevatte creosoot, wordt de ontleding van
het hout door verrotting tegengegaan. (Teeren en kalefatcn der
schepen.)
441. De drooge destillatie van het hout toont regt duidelijk
aan, hoe uiterst gemakkelijk organische ligchamen ontleed worden
en hoe menigvuldig en onderscheiden hunne ontlcdingsproductcn
zijn. Men behoeft het liout slechts te verhitten, om daaruit een
zuur, ccn brandewijnachtig ligchaam, olie- cn harsachtige stof-
fen, brandbare gassen cn kool te verkrijgen. En hiermede is dc
ontleding nog niet geëindigd. Behalve de hier opgenoemde lig-
chamen heeft men ten minste nog een dozijn anderen gevonden,