Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
Ifater en warnte.
r
verdwijnt warmte, en dit verdwijnen heeft door dezelfde oorzaak
plaats als daar; de waterdamp heeft warmte noodig tot zijn be-
staan en verbindt zich zoo innig met deze, dat zij niet waarneem-
baar, dat zij latent wordt. Indien water als eene verbinding
van ijs met latente warmte te beschouwen was, zoo is waterdamp
als eene verbinding van ijs met nog meer latente warmte te be-
schouwen , welke laatste eerst dan weder vrij kan worden, wan-
neer de damp tot water wordt.
36, Proef, Men verbindt-eene gebogene glazen buis door eene
kurk met eene kolf zoodanig, dat de kortere arm van de buis in
den hals van de
kolf sluit; de lan-
gere daarentegen
vrij tot op den bo-
dem van een be-
kerglas of een ge-
woon glas reikt.
Hierop giete men
in elk 5 N. lood
ijskoud water en
verwarme de kolf
op ecnen drievoet
allengs tot het
kookpunt.Detijd,
die noodig is, om deze 5 lood water tot koken te brengen, wordt
waargenomen. Men laat het koken zoo lang voortduren , tot ook
het water in het andere glas in eene borrelende beweging geraakt
is, en let eveneens op den tijd, die daarmede verloopt; deze zal
met den eersten nagenoeg gelijk staan. De waterdamp, die zich
bij het verwarmen van de kolf vormt, heeft geen anderen uitweg
dan door de buis in het koude water, waarin de laatste uitloopt;
bij den doorgang door dit water wordt hij echter verdigt en geeft
daarbij zijne schuilende warmte af, zoodat eindelijk ook de inhoud
van het tweede glas 100® C. warm geworden is en kookt. Beide
glazen worden nu gewogen; in de kolf zal men 1 lood water min-
der, in het glas 1 lood meer vinden , er is dus 1 lood water in
de eerste verdampt, in de laatste weder verdigt geworden. En
dit lood waterdamp, dat zelf niet wanner was dan lOO*' C., kon
5 lood ijskoud water tot de kookhitte, dus tot 100" C. verhitten?
Van waar zijn deze 500 graden warmte gekomen ? Antwoord: zij