Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
373 Veranderingen, der plantencellenstof,
Dezelfde proef kan. men met zuiver ongelijmd papier (Berze-
lius' filtreerpapier) nemen. Het best spreidt men dit op eene
glazen plaat nit en bevoehtigt het dan met het zwavelzuur. Alle
cellulose van welken oorsprong zij is, vertoont dezelfde reactie.
Verdunt meu de cellulose, die door zwavelzuur in zetmeel is
veranderd, met water en kookt eenigen tijd, dan wordt het
zetmeel eerst in gom en eindelijk in suiker veranderd.
Schietkatoen. (Pyroxyline). Wordt de plantaardige ccllenstof
(boomwol, hennip, zaagsel enz.) korten tijd aan de inwerking
van zeer sterk salpeterzuur blootgesteld, zoo verkrijgt zij de
merkwaardige eigenschap van, even als buskruid, met groote
hevigheid te verbranden en te ontploffen, wanneer zij met een
gloeijend ligehaam in aanraking komt.
Proef. Men menge 1 lood van het sterkste salpeterzuur (spec.
gew. = 1,5) met 2 lood engelsch zwavelzuur, giet de vloeistof
iu een poreeleinen mortiertje en drukt er met den stamper zooveel
boomwol, katoen of ongelijmd papier in, als er door doorweekt
kan worden. Heeft de wol vijf minuten geweekt, zoo neemt men
haar met een glasstaafje er uit, werpt ze in een glas met water,
en wascht ze steeds met nieuwe hoeveelheden water, tot dat dit
blaauw reageerpapier niet meer rood kleurt. Men drukt ze nu
met de hand uit, en laat haar, op een stuk papier uitgespreid,
op eenen luchtige plaats droogen. Het droogen op eenen oven
is gevaarlijk, daar er ligt ontbranding kan plaats grijpen.
Legt men een stukje van dit zoogenoemde schietkatoen op een
aanbeeld en slaat men er hard met eenen hamer op , zoo ontploft
het met een sterken knal; raakt men het met een' heeten ijzer-
draad of met eenen glimmenden zwavelstok aan, zoo verbrandt
het plotseling , zonder iets achter te laten ; in een geweer geladen,
brengt het dezelfde, ja eene 3—4 maal sterkere uitwerking te
weeg, dan buskruid. Het is dus een hoogst gevaarlijk ligehaam,
cn het is geraden, deze en dergelijke proeven uiet dan met de
grootste voorzigtigheid cn slechts met kleine hoeveelheden in het
werk te stellen.
De chemische verandering, welke de boomwol ondergaat, wan-
neer zij in bovengemeld mengsel wordt gedompeld, komt hoofd-
zakelijk daarop neder, dat zij een gedeelte waterstof en zuurstof
(als water) afgeeft, en in de plaats daarvan salpeterzuur, alzoo
stikstof met veel zuurstof, opneemt. Het schietkatoen bevat der-
halve veel meer zuurstof, dan de gewone boomwol, en daaren-