Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Plantcncellenstof. 371
echter in de weefsels een weinig chloor terug, dat door enkel
spoelen niet water, zeep of loog niet kan uitgewasschen worden,
cn deze zouden na verloop van eenigen tijd onfeilbaar het weefsel
vetteeren. Slechts door behandeling met antichloor (zie pag. 206)
kan men dit chloor onschadelijk maken en verwijderen.
431. Legt men den bast vau den lindeboom in water, tot dat
de buitenste schors ontleed en breukig geworden is, zoo kan men
na het droogen den binnensten vezelachtigen bast losmaken : dit
is dan de voor het opbinden van planten algemeen gebruikte
moskovische mat. Het buitenste bekleedsel der boomen, hetwelk
gewoonlijk bast genoemd wordt, bestaat dus niet alleen nit den
eigenlijk gezegden bast, maar uit twee wezenlijk verschillende
deelen, die innig met elkander vergroeid zijn: het buitenste be-
kleedsel is de schors , het binnenste is dc eigenlijke bast.
432. De boomwol bestaat uit zachte, holle haren, die zich in
de woldragende planten in groote menigte om de zaden vormen.
Deze zijn van natuur fraai wit (slechts de Nankinboomwol is geel)
cn behoeven dus niet gebleekt te worden. Het bleeken van boom-
wollen stoffen en garen geschiedt derhalve alleen , om de bij het
spinnen opgenomene vettige, zweelerige en meelachtige ligchamen
weder te verwijderen. Men bewerkt dit tegenwoordig algemeen
door koking met loog of kalkmelk en behandeling met eene ver-
dunde cliloorkalkoplossing. De aanhangende kalk wordt door een
zeer verdund zuur (zuurbad), en het aanhangende zuur wederom
door spoelen met water verwijderd.
De vezels van boomwol en vlas of hcnnip (katoen en linnen)
laten zich gemakkelijk onder het mikroskoop onderscheiden; meer
of min kan zulks ook op de volgende wijze geschieden.
Troef*. Een stukje droog wit linnen en een dergelijk van
katoen, worden te zamen gedurende ä 2 minuten voor de
helft in sterk zwavelzuur gedompeld, vervolgens in water ge-
bragt en goed uitgespoeld. Men zal dan bemerken, dat de draad
van het katoen geheel opgelost wordt, terwijl die van het linnen
bijna onveranderd gebleven is. Had men voor de proef een
stukje half linnen en half katoen gebruikt, dan zouden alleen de
linnen draden bij die behandeling zijn overgebleven. De uit zui-
vere cellulose bestaande katoendraad wordt door het zwavelzuur
spoedig in eene gomachtige in water oplosbare stof veranderd ,
terwijl de linnen draad, uit meer verdikte cellen bestaande, daar-
aan langer weerstand biedt.
24*