Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
374
Plaiitensioffen.
gesneden pijnboomtak voor, en wel
zijn de met a aangeduide deelen jonge
houtcellen, en die met b oude, reeds
geheel uitgegroeide.
430. Het vlas is de bast der vlas-
planten. Bij het rooten derzelve gaan
de stoffen, die de langgerekte bastccl-
len of vaten aan elkander verbinden
en tot een weefsel vereenigen, door de
lang aanhoudende inwerking der voch-
tigheid en der lucht tot verrotting over en deze kunnen
dan, na goed gedroogd te zijn, door heen en wederbuigen (bra-
ken) losgewreven worden. De bastvaten, welke niet zoo spoedig
in verrotting overgaan, blijven over en worden door het hekelen
zoo veel mogelijk van elkander gescheiden en paralel gelegd (vlas).
Het hierbij overblijvende werk bestaat uit verwarde bastvezels.
Het vlas heeft eene graauwekleur, daar het eene graauwe kleurstof
bevat, die in water en loog onoplosbaar is, maar in loog oplos-
baar wordt, wanneer men het vlas of het daaruit gesponnen ga-
ren of het hieruit geweven linnen langen tijd aan de inwerking
van het licht, de vochtigheid en de lucht blootstelt. Deze hier-
door veranderde i en oplosbaar geworden kleurstof wordt van tijd
tot tijd door koking met loog verwijderd. Eene veel snellere blce-
king verkrijgt men door het gebruik van chloor, hetwelk wegens
zijne groote verwantschap tot waterstof, aan vele organische
ligehamen waterstof onttrekt, waardoor zij kleurloos en oplosbaar
gemaakt worden (chloorbleeken, snelbleeken). Men zou hierbij de
vraag kunnen opwerpen, waarom bij deze bleekmethode aUcen de
kleurstof, en niet de plantenvezels zelf ontleed worden? De oor-
zaak is deze, dat de kleurstof uit vier elementen C, H, O, N ,
en de plantenvezels uit slechts drie C, H, O bestaan; en volgens
426 worden de meer zamengstelde, uit 4 elementen bestaande lig-
ehamen eerder ontleed , dan de minder zamengestelde , uit 3 ele-
menten bestaande. Daarenboven komt zij slechts in uiterst ge-
ringe hoeveelheid in de weefsels voor. Bij onvoorzigtige behan-
deling met te sterk chloorwater of andere bleekende vloeistoffen,
of bij te lang voortgezette inwerking daarvan, worden echter de
plantenvezels insgelijks aangetast en het weefsel verliest zeer in
sterkte eu duurzaamheid. De snelblcek kan derhalve alleen bij
verstandig gebruik zonder nadeel gebruikt worden. Altijd blijft cr