Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Planiencellensiof. 309
hout (houtvezels), nog meer verdikt en steenachtig hard in de
pitten der pruimen en kersen en in de doppen der noten; ligt,
poreus cn elastisch in het merg der vlier en in het kurk, zeer
lang uitgestrekt in de hennep, het vlas en de boomwol. Deze
laatste, het katoen of de watten, benevens het zuivere filtreer-
papier, dat door de scheikundigen gebruikt wordt, zijn bijna
volkomen zuivere cellulose.
Uit aUe plantendeelen kan men zuivere cellulose verkrijgen door
ze slechts in fijn verdeelden staat achtereenvolgens met water,
slap zoutzuur, verdunde potaschloog, alcohol cu aether uit te ko-
ken. Al de stoffen, die nevens cellulose daarin voorkomen (be-
standdeelen van het plantensap, kleurstoffen, anorganische zouten,
verdikkende lagen, vetten cn harsen) worden daardoor opgelost
en verwijderd en eindelijk blijft de cellulose in den oorspronke-
lijken vorm der cellen als eene losse ongekleurde massa terug,
daar zij door deze scheikundige middelen bijna in het geheel niet
wordt aangetast.
429. Aan de doorsnede van eenen boomstam kan men regt
duidelijk zien, welken invloed de ouderdom op de plantcnwcef-
sels uitoefent eu met hoe verschillend uiterlijk aanzien zij in een
en denzelfden boom voorkomen. Onder de schors (a) ligt de
l3ast (b), die uit zeer langgestrekte buizen bestaat, die wezenlijk
Eig. 177. de plaats van anderen in den boom in-
nemen. In deze beweegt zich hoofd-
zakelijk het sap en derhalve moet een
boom sterven, wanneer de vezels van
den bast van rondsom doorgesneden
worden, terwijl hij nog kan voortleven
wanneer hij slechts, nog bast en schors
heeft, zoo als men aan zoo vele holle
boomen ziet. Van den bast uit zet zich
jaarlijks naar buiten eene nieuwe schorslaag aan, en naar binneu
eene nieuwe houtlaag (jaarring). Het naast aan den bast lig-
gende poreuse cn ligtgekleurde hout wordt het spint (c) genoemd,
het door de jaarlijks vermeerderende drukkingen vaster geworden
hout het hart (d). Dit laatste is gewoonlijk donkerder, menig-
maal ook met kleurstof doortrokken (roodhout, blaauwhout). Van
den kunstvollen inwendigen bouw , dien ook het schijnbaar homo-
gene, digte hout door een sterk vergrootglas vertoont, zal nevens-
gaande figuur een denkbeeld geven. Zij stelt eenen dwars door
24