Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Zamenstelling der organisehe stoffen. 361
Van het eerste hebben wij bij de behandeling der anorganische
ligchamen onderscheidene sterk sprekende voorbeelden gezien, en
opgemerkt dat twee elementen, door zich in verschillende ver-
houdingen te zamen te verbinden, hoogst verschillende ligchamen
kunnen doen ontstaan (bijv. zwaveligzuur en zwavelzuur). Dit
vermogen nu, om zich in verschillende verhoudingen te zamen
te verbinden is bij de elementen koolstof, waterstof, zuurstof
en stikstof veel grooter , dan bij de andere, ja zelfs, naar het
schijnt, onbegrensd. Vandaar kan uit de vereeniging dezer vier
elementen in verschillende verhoudingen een oneindig grooter aan-
tal nieuwe stoifen ontstaan , dan uit vier der andere grondstoffen.
425. De groote verscheidenheid der organische stoffen, bij eene
zoo gelijkvormige zamenstelling, berust echter ook voor een ge-
deelte op de verschillende wijze, waarop drie of vier elementen
bij elkander gevoegd en met elkander verbonden kunnen zijn.
Reeds in 274 is vermeld, dat men zieh in de isomerische ver-
bindingen, in dezulken namelijk, die wel gelijke zamenstelling,
maar verschillende eigenschappen hebben, eene verschillende
groepering der kleinste deeltjes (atomen) moet denken, evenals
bij een schaakbord, waarop wij de zwarte en witte velden 2
aan 2, of 3 aan 3, of 4 aan 4 enz., te zamen kunnen verbin-
den. Deze verscheidenheid in de groepering der atomen, die
bij anorganische ligchamen slechts als uitzondering voorkomt,
geldt bij de organische als regel; en daar deze meestal uit eene
verbinding van een vrij groot aantal atomen van drie of vier
elementen bestaan, terwijl in de anorganische scheikunde zich
gewoonlijk weinige atomen van niet meer dan twee elemen-
ten te zamen tot groepen verbinden, zoo is hier ook veel meer
gelegenheid tot afwisseling; iu de organische natuur geldt dus
deze wet: de atomen der elementen vereenigen zich altijd bij groe-
pen , namelijk 2 , 3 , 4, 6 , 8 , 10 en meer atomen van het eene
element met een zeker aantal atomen van de twee of drie
andere elementen.
De organische ligchamen vormen derhalve veel zamcngestelder
atomengrocpen dau de anorganische, zoo als de volgende voor-
beelden toonen.