Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Zamenstelling der organisehe stoffen. 362
verbranden zij alle tot op een weinig aseh na, die terug blijft,
en ontstaan daarbij dezelfde verbrandingsproducten, namelijk
koolzuur, waterdamp en stikstofgas. Was de verbranding niet
volkomen, dan blijft er een weinig koolstof over en er ontwijken
zigtbare dampen, maar worden ook deze volkomen verbrand, dan
gaan zij steeds in de straks genoemde stoffen over. Deze ver-
brandingsprodueten kunnen nu uit geene andere stoffen ontstaan,
dan uit die, welke koolstof, waterstof, stikstof en zuurstof, of
drie of twee dezer elementen bevatten.
Bij de verrotting heeft het zelfde plaats, slechts onder andere
omstaudigheden. Ook hier is het eeue oxydatie der organische
stoffen, die door de zuurstof der lucht plaats grijpt, doch zij ge-
schiedt langzaam en derhalve niet onder eene merkbare ontwik-
keling van warmte noch van licht. Daarbij vormen zich weder
dezelfde ligchamen, die bij de verbranding ontstaan, maar de
stikstof ontwijkt daarbij, niet zooals bij deze laatste in onver-
bonden staat, maar meestal met waterstof tot ammonia verbonden.
Ook gaan bij de verrotting de organische stoffen niet, zooals bij
dc verbranding, onmiddellijk tot de genoemde eenvoudige ver-
bindingen over, maar er vormen zich eerst eene reeks van vaste
of luchtvormige tusschenstoffen, die meerendeels onaangenaam voor
de zintuigen zijn, doch bij de aanhoudende inwerking der lucht
gaan ook deze ten slotte tot koolzuur, water en ammonia over.
Vraagt men dus naar de elementen, waaruit de nadere bestand-
deelen der planten- en dieren bestaan, zoo is het antwoord daarop
dit: aUen, welke zij ook zijn mogen, bestaan uit dezelfde ele-
menten, namelijk: koolstof, waterstof, zuurstof en stikstof, die
derhalve ook organogenen worden genoemd. Vele bevatten alle
deze vier elementen te zamen (C, II, N, O) en deze heeten stik-
stofhoudende (deze bevatten dikwijls ook nog kleine hoeveelheden
zwavel en phosphorus). Andere bevatten slechts de drie eerstge-
noemde elementen (C, H, O) en worden stikstofvrij genoemd.
Als algemeene regel mag men stellen, dat de stikstof houdende
stollen in het dierenrijk voorheerschen, de stikstofvrije in het
plantenrijk.
Uit deze weinige grondstoffen , benevens eenige anorganische
zouten, vormt de scheppende kracht der natuur , die myriaden van
planten en dieren, die de oppervlakte van onze aarde bedekken!
Wil men de hoeveelheid koolstof, waterstof, zuurstof en stik-
stof kennen, die in eene organische stof voorkomen', dan behoeft