Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Koken en verdampen van het watei-, 37
worden is, ontstaan er grootere bellen aan den heeteren bodem
Fi" 14 ^^^ kolfje, die eveneens opstijgen, maar bij het
" opstijgen kleiner worden en weder verdwijnen, eer
zij de oppervlakte van het water bereiken. Zij be-
staan uit luchtvormig water (waterdamp) , dat aan de
minder warme oppervlakte weder vloeibaar wordt.
Het zamenvallen der waterdeeltjes op de plaatsen,
waar de bellen van waterdamp verdwijnen, veroor-
zaakt het eigenaardige gemiseh, dat het koken vooraf
gaat en dat men gewoonlijk het zingen van het water
noemt. Is de geheele hoeveelheid water tot op 100"
verhit, zoo worden deze blaasjes niet meer onder
weg verdigt, zij stijgen tot aan de oppervlakte op,
blijven hier, door eene dunne laag water omgeven,
eenige oogenblikken op den waterspiegel en breken
eindelijk, terwijl dc waterlaag weder neder valt.
Dit is het koken van het water. Het water kookt
bij 100° O., andere vloeistoffen koken spoediger,
wijngeest b. v. reeds op 80° C., andere weder langzamer, kwik-
zilver eerst bij 360° C.
35. De ruimte boven het kokende water in het kolfje schijnt
wel is waar ledig, inderdaad echter is zij met luchtvormig water
gevuld, hetwelk de te voren daarin bevatte lucht uitgedrongen
heeft. Men noemt dit luchtvormig water waterdamp. Deze is bijna
1700 maal ligter dan vloeibaar water; eene maat water geeft
nagenoeg 1700 maten waterdamp, In de kolf is de waterdamp
doorzigtig en onzigtbaar, buiten dezelve stijgt hij echter in de
gedaante van witte wolken in de lucht op, die zieh zeer sterk
vermeerderen, wanneer men door eene glazen buis koude lucht in
de kolf blaast. Door bekoeling gaat namelijk de doorzigtigheid
verloren , dewijl zich weder waterdruppels vormen, die echter hol
en zoo klein en ligt zijn , dat zij in de lucht kunnen zweven. De
wolken aan den hemel bestaan eveneens uit verdigten waterdamp.
Bij steeds voortgaande verdigting worden de druppels eindelijk
zoo groot en zwaar, dat zij als regen nedervallen. Een thermome-
ter in kokend water gestoken, wijst 100° C. aan, in den daar-
boven zich bevindenden doorzigtigen waterdamp eveneens 100° C.,
en deze temperatuur stijgt niet meer, hoe lang men het koken
ook voortzet of de vlam van dc lamp sterker maakt. Er heeft
een dergelijk geval plaats, als bij het smelten van de sneeuw : er