Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
Jfuter en warmte.
ligchamen hunne vloeibaarheid verschuldigd zijn en die alleen bij
het vast worden ontwijkt en weder vrij wordt, heet gebondene of
latente warmte. De vloeistoffen kunnen derhalve beschouwd worden
als verbindingen van vaste ligchamen met latente warmte.
KOKEN EN VEBDAMPEN VAN HEI WATER.
3é. Water kookt, gelijk bekend is , wanneer het tot eene be-
paalde temperatuur verwarmd wordt.
Froef. In een reageerbuisje wordt regenwater, waarin men eenig
p; zaagsel geworpen heeft, boven eene spi-
rituslamp verwarmd. Het glaasje wordt
boven aan vast gehouden en eerst eenige
minuten tusschen de vingers rondge-
draaid, opdat de vlam alle plaatsen
van den bodem gelijkmatig verwarme.
Beschouwt men'het water naauwkeurig,
zoo zal men zien, dat de ligte hout-
ligchaampjes aan den eenen kant van
het glaasje in de hoogte stijgen, aan
den anderen weder nederdalen; het warme en ligter geworden
water stijgt opwaarts en daarom zinkt het koudere en dus ook
zwaardere water, het circuleert. Ten gevolge van deze circulatie
of omloop geschiedt de verwarming der vloeistoffen steeds sneller ,
wanneer men het vuur van onderen aanbrengt. De reageerbuisjes
hebben eenen cylindervorm met
een halfkogelvormigen bodem.
Opdat zij bij het koken niet sprin-
gen, moet de bodem gelijkmatig
geblazen en van niet te dik glas
zijn. Om dezelve gemakkelijk
overeind te houden, dient eene
eenvoudige stellaadje van hout
van nevensgaande gedaante.
Proef. Men herhale de vorige proef, maar met een kolfje en
zonder zaagsel, opdat het water doorzigtig blijve. Er zullen zich
na korten tijd vele kleine blaasjes aan de wanden van het glas
vertoonen, die allengs grooter worden en in de hoogte stijgen;
het zijn luchtblaasjes, die door de warmte uitgezet worden. Alle
water houdt eenige lucht opgelost, die bij de verhitting wordt
uitgedreven. Later, wanneer het water reeds tamelijk heet ge-