Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
340 Zware tuetalen.
in het gewone leven over arsenicum spreekt, dan verstaat meu
daaronder altijd dit witte arsenicum. Men gewint hetzelve iu het
groot, 1) als nevenproduct bij het roosten der tin-, zilver- cn
kobaltertsen, 2) als hoofdproduct door het verhitten aan de lucht
van arsenikertsen; (in de gifthutten van Saksen en Silezië). In
beide gevallen gaat het als damp met den rook weg, en meu
moet derhalve dezen zoo lang door kanalen, (giftbuizen) heen cn
weder leiden, tot hij afgekoeld is cn al het arscnigzuur zich als
een poeder (giftmcel) afgezet heeft. Dikwijls sublimeert men dit
giftmeel nog eens in de daartoe bijzonder ingerigte toestellen en
verkrijgt dan glasachtig amorph arscnigzuur in vaste doorschij-
nende stukken. Bij lang liggen aan de lucht worden deze, zon-
der van zamenstelling te veranderen, ondoorschijnend en melkwit,
gelijk porcelein; weder een voorbeeld, dat ook iu vaste ligeha-
men de deeltjes hunne stelling tegenover elkander kunnen ver-
anderen (280).
Van de overige metaaloxydcn onderscheidt zich het arscnig-
zuur vooral door zijne oplosbaarheid in water, welke wel niet
zeer groot is, daar 1 grein 50 grein koud of 10—12 grein ko-
kend water tot oplossing noodig heeft, maar die toch toereikende
is, om deze oplossing tot een hoogst gevaarlijk vergif te maken.
Men gebruikt het witte arsenik algemeen tot het dooden van
ratten, motten en andere lastige huis- en velddieren; hiertoe
behoort men echter niet dan gekleurd arsenik aan te wenden,
daar het ongekleurde te veel op meel en suiker gelijkt cn daar-
mede ligt verwisseld worden kan. Het best spijkert men, om
het verstuiven of wegraken van het vergif voor te komen , reepjes
gebraden spek of gekookte visch op een plankje en bestrooit ze
met arsenikpoeder. Plaatst men het vergif in veestallen , zoo
moeten de voedertroggen zorgvuldig toegedekt worden, opdat de
vergiftigde ratten het vergif daarin niet uitspuwen kunnen. Het
arscnigzuur verhindert even als het kwikzilverchloride, de ver-
rotting der organische ligehamen; daarom wrijft men dc huiden
van dieren, die men wil opzetten, van binnen met poeder van
arsenik in.
In lateren tijd heeft raen gevonden, dat phosphoms in de
meeste gevallen met even goed gevolg aangewend kan worden
als arscnigzuur, ter verdrijving van ratten en muizen, en daar
deze op verre na niet zoo schadelijk en gevaarlijk is, omdat het
niet ligt tot vergissingen aanleiding geeft, die bij het arsenik