Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Antimouiim. 343
bereide, Let vormt namelijk zware digte massa's, die op de breuk
uit louter kleine naalden of spiesen sebijnen te bestaan. Vau
daar den naam spiesglans en zwavelspiesglans. Het smelt reeds
in de vlam van een gewoon licLt en kan dus uit de steensoorten,
waarmede het gemengd voorkomt, reeds door uitsmelting gewon-
nen worden. Pijn gestooten stelt Let een graauwzwart, glinste-
rend poeder daar, hetwelk door den landman als een der meest
bekende huismiddelen bij ziekten der dieren gebruikt wordt.
Froef. Men koke een weinig fijn gestooten graauw zwavelan-
timonium met potaschloog, laat bezinken en droppele bij de af-
gegoten vloeistof ecu zuur: men verkrijgt een bruinrood neder-
slag, dat uit zwavelantimonium bestaat, hetwelk zich in dc po-
taseh had opgelost. Dit oxydehoudende zwavelantimonium, het-
welk in de apotheken den naam van minerale kermes voert, is
veel fijner verdeeld (129), dan het zwarte, en van daar deszelfs
roode kleur.
Deze drie hier vermelde verbindingen, het oranjeroode, bruinroode
en zwarte zwavelantimonium hebben volmaakt dezelfde zamen-
stelling; het is een cn hetzelfde ligchaam in verschillende isome-
rische toestanden. In de Pharmaeie komt nog eene hoogere zwa-
vclingstrap van het antimonium, SbS^, onder den naam van
goudzwavel, als oen gewigtig geneesmiddel voor: het bezit eene
oranjeroode kleur cn correspondeert in zamenstelling met het auti-
moouzuur, zoo als het vorige graauwe of bruine zwavelanti-
monium met het antimoonoxyde.
Antimoonwaterstofgas. Zie 419.
Froef. Men koke zwavelantimonium met een weinig kaustiekc
soda-oplossing en voege bij de vloeistof zoolang bloem van zwavel
als deze daariu nog wordt opgenomen. Dan ültrcre men, terwijl
de vloeistof nog heet is en late haar in eene gesloten flesch be-
koelen. Men zal dan pyramidevormige , bijna kleurlooze kris-
tallen verkrijgen, die men snel met vloeipapier moet afdroegen
en in een droog fleschje kan bewaren.
Dat zout, dat den naam van Schlippe's zout draagt, is een vau
de zwavelzouten waarover reeds vroeger en ook bij het tin ge-
sproken is. Het bevat antimoousulfide SbS^ en zwavelsodium ,
wier ontstaan gemakkelijk uit de bereidingswijze af te leiden is.
Het eerst speelt tegenover het laatste de rol van een zuur en ver-
bindt zich daarmede als met eene basis.
Lost men van de verkregen kristallen eenigen in water op en