Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
ÜP
340 Ztvcire metalen.
oxydule als oxyde wordt afgescheiden. Behandelt men dan dc
gesmolten massa met water, zoo lost dit daaruit neutrale chroom-
zure potasch op, die door toevoeging van een zuur in het zure
zout wordt omgezet cn na verdamping in kristallen verkregen
wordt.
ANTIMONIUM, Stibium (Sb).
(Aeq. gew. = 1613. (Spiesglansmetaal). Spec. gew. = 6,7.)
403. Het antimonium heeft een bladcrig-kristallijn weefsel en
een witten metaalglans, even als het bismuth, maar het mist den
roodachtigen weerschijn van dit laatste. In broosheid overtreft
het nog het bismuth, want men kan het in een mortier gemak-
kelijk tot poeder wrijven. Tegen het dierlijke leven treden de
oplosbare Antimoniumpraeparaten als openbare vijanden op en het
gevolg daarvan is, dat de maag ze wederom uit het ligehaam
zoekt te verwijderen. Dit geschiedt door braking en hierdoor is
het antimonium een zeer gewigtig geneesmiddel geworden.
404. Antimoniumoxyde (SbOj). Proe/". Aan de lucht zacht ver-
hit, verandert het antimonium niet, maar verhit men een stukje
op kool voor de blaasbuis, zoo smelt het spoedig en verbrandt met
eene witte vlam tot oxyde, hetwelk gedeeltelijk als witte damp
ontwijkt, gedeeltelijk zich als beslag op de kool afzet. Laat men
de gesmolten metaalkogel langzaam bekoelen, dan verdigt zich
het oxyde tot kristallen, die om het metaal als het ware een
latwerk van witte draden vormen. In een doosje van papier ge-
worpen, springt de witgloeijende kogel in ontelbare kleine kogel-
tjes uit elkander, die eenigen tijd gloeijend heen en weder sprin-
gen en op hunnen weg een poedervormig oxyde achterlaten. Het
meeste antimonium bevat sporen van arsenicum, en van daar de
knooflookreuk , dien men bijna altijd bij het smelten van hetzelve
waarneemt.
405. Antimoonzuur. Behandelt men antimoonoxyde met sal-
peterzuur , zoo neemt het nog 2 aeq. zuurstof op en wordt an-
timoonzuur (SbOj), een geelachtig, in water en zuren onoplos-
baar poeder. Bij gloeijing laat het 1 aeq. zuurstof los, en er blijft
eene verbinding van antimoonzuur met antimoonoxyde over, welke
men ook als autimonigzuur (SbO») beschouwen kan. In dc gloei-