Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Chromium. 337
cliromaatrood of basisch chrooinzuur loodoxyde (2PbO, Cr O,).
Gelijk men ziet, verhoudt zich de kleur in de loodverbindingen
anders dan in de potasohverbindingen: het gele chroomzure lood-
oxyde gaat in oranjekleurig en rood over, wanneer men aan het-
zelve chroomzuur onttrekt, de gele chroomzure potaseh daaren-
tegen wordt rood , wanneer men er nog meer chroomzuur bij-
voegt, of, wat op hetzelfde nedcrkomt, wanneer men haar
potaseh onttrekt.
Proef. Ook tot het verwen cn drukken van garen en doek
laat het chromaatgeel zich voortreffelijk gebruiken. Men bevoeh-
tige een stukje katoen eerst met eene oplossing van chroomzure
potaseh cn hale het vervolgens , als het droog geworden is, door
eene oplossing van loodsuiker: het wordt geel van kleur. Brengt
men nu een weinig gebrande kalk met water in een schaaltje
aan het koken en legt men het geel geverwde lapje eenige oogen-
blikken daarin, zoo neemt het eene roodgele kleur aan. Waarom
het chromaatgeel tot het verwen van muren niet bruikbaar is,
valt nu duidelijk in het oog. Met zink- en barytzouten geeft de
chroomzure potaseh eveneens een geel, met kwikzilveroxydulezou-
ten een steenrood, met zilverzouteh een purperrood nederslag.
401. Chroomoxyde (Cr,O,). Proef. Men koke chromaatgeel
in een reageerbuisje met zoutzuur, het wordt wit en de vloeistof
neemt eene groene kleur aan; het witte ligchaam is zoutzuur lood-
oxyde (chlooriood), in de vloeistof is zoutzuur chroomoxyde
(chloorchromium) opgelost. Een vochtig lakmoes- of een met inkt
bestreken papiertje, gedurende het koken in het buisje gehouden,
wordt ontkleurd; er ontwijkt te gelijk chloorgas. Dc ontleding
is analoog met de chloorontwikkeling door bruinsteen of bij het
koningswater; het chroomzuur geeft de helft van zijne zuurstof
af en wordt groen chroomoxyde; de vrijwordende zuurstof ont-
trekt echter aan een gedeelte van het zoutzuur waterstof en zet
het chloor in vrijheid. De groene vloeistof wordt afgegoten, met
water verdund en met ammoniak vermengd. De ammonia ver-
bindt zich met het zoutzuur en het chroomoxyde valt als hydraat
met eene roodachtig groene kleur neder. Gedroogd en gegloeid
gaat het tot donkergroen watervrij oxyde over. Op porcelein en
glas bewerkt men met hetzelve een zeer fraai groen, weshalve
het als smeltkleur groote waarde heeft.
Proef. De gemakkelijkheid, waarmede het chroomzuur de helft
van zijne zuurstof afgeeft, laat zich ook bij de chroomzure potaseh
22