Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
330 Ztvcire metalen.
scheiding Bevat de legering meer dan ^ goud, zoo oefent dit
eenen beschermenden invloed op het zilver uit en verhindert, dat
het door het salpeterzuur aangetast wordt.
De eenvoudigste wijze om goud te onderzoeken bestaat daarin,
dat men cr een weinig van op eenen zwarten kiezelsteen (toets-
steen) afwrijft en met eenig sterkwater bevochtigt. Is het goud
onvermengd, zoo verdwijnt er niets van den gelen streep: is het
gelegerd zoo verdwijnt er iets: is het slechts nagemaakt goud,
b. V. tomback, zoo lost zich alles op.
386. Goud en zuren. Geen der gewone zuren alleen kan het
goud oplossen, daar dit metaal in hoogen graad onverschillig is
voor zuurstof cn zuren. Slechts in het chloor hebben wij een
middel om het oplosbaar te maken (152). Gewoonlijk biedt men
het chloor hiertoe aan, door zoutzuur met salpeterzuur te ver-
mengen : in dit mengsel, het bekende koningswater, lost zich het
goud volkomen tot eene bruingele vloeistof op (goudoplossing).
Dampt men deze oplossing tot droogwordens toe uit, zoo verkrijgt
men vast chloorgoud of naauwkeuriger goudchloride (Au,01,) als
eene bruine vervloeijende zoutmassa. Aan het licht blootgesteld
scheidt zich daaruit metallisch goud af; evenzoo door er phosphor,
ijzer, zink of andere metalen in te leggen.
Proeven met goud.
387. Vergulding, a. Proef. Men dompele een droog reageer-
buisje in verdunde goudoplossing, zoodat de bodem daarmede
bevochtigd is, cn verliitte het boven eene wijngeestvlam: het zal
verguld wofden, een bewijs, dat het goud ook tot chloor slechts
eene zeer geringe verwantschap heeft, daar chloorgoud reeds bij
zachte verhitting ontleed wordt.
b. Proef. Men giete eenige droppelen goudoplossing op vloei-
papier, late het droogen en houde het dan met eenen ijzerdraad
in eene wijngeestvlam: men verkrijgt dan fijn verdeeld goud,
gemengd met papieraseh, als eene zamenhangende poreuse massa.
Wrijft men deze met eene zachte kurk, die men met zout water
bevochtigd heeft, eenigen tijd over een blanken zilveren lepel,
zoo wordt het zilver verguld (koude vergulding). Andere vergul-
dingswijzen zijn: de natte vergulding, waarbij de koperen of
zilveren voorwerpen met eene zeer verdunde goudoplossing, waar-
bij men een weinig koolzure soda of cyanpotassium gevoegd heeft,
gekookt worden; de vergulding in het vuur, waarbij de voorwerpen
met ccne oplossing van goud in kwikzilver bestreken en dan verhit