Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
324 Ztvcire metalen.
mctalon verbinden, en deze legeringen hebben den naam van amal-
gama's bekomen. Bijzonder gewigtig is het spiegelbekleedsel, een
amalgama van tin, daar wij het aanwenden, om glassehijven
ondoorzigtig te maken, zoodat de daarop vallende lichtstralen
door het glanzende amalgama terug gekaatst worden.
ziLVEK, Argentum (Ag).
(Aeq. gew. = 1350 — Spec. gew. = 10,5).
380. Aan het zilver kan men regt duidelijk zien, wat men on-
der een edel metaal verstaat. Wij kunnen een stuk zuiver zilver
aan de lucht laten liggen , in water werpen of in de aarde begra-
ven , het roest niet, wij kunnen het in de grootste hitte brengen ,
het verandert wel van vorm en smelt (ongeveer bij 1000°), maar
het oxydeert zich niet en verdampt niet. Wegens deze onveran-
derlijkheid staat het zilver zeer in aanzien , en zijne waarde wordt
nog verhoogd, doordien zilvcrertsen niet zeer menigvuldig in de
aarde voorkomen en hare bewerking kostbaarder is, dau die der
meeste andere ertsen. Een pond zilver heeft eene waarde van
ongeveer 50 gulden. Deze twee omstandigheden zijn het vooral,
die het zilver, nog meer dan het goud, geschikt maken om als
het algemeene ruilingsmiddcl in den handel, als geld te dienen.
De heerlijke glans, die het bezit en zijne buitengewone rekbaar-
heid hebben het daarenboven evenzeer geliefd als geschikt gemaakt
voor allerlei voorwerpen van weelde en smaak en ter overtrek-
king van andere metalen.
Het zuivere zilver is vrij week en verslijt ligt bij het gebruik:
men vermengt het derhalve algemeen met koper, waardoor het
harder wordt, zonder zijne rekbaarheid te verliezen. Bedraagt het
kopergehalte niet meer dan , zoo blijft de kleur van het zilver
fraai wit, door meer koper gaat zij echter langzamerhand in rood
over. Men is overeengekomen om een quantum van 16 lood zuiver
zilver eene fijne mark te noemen. Bij het vermengde (gealliëerde)
zilver vraagt men nu altijd: hoe veel zuiver zilver is in 16 lood
daarvan bevat ? Zijn er 15 lood in, zoo heet het zilver 15 loods,
bij 12, 8, of 4 lood zilvergehalte, 12, 8, of 4 loods enz. Inliet
12 loods zilver is derhalve i zilver cn ^ koper; uit dit zilver
maakt men gewoonlijk de zilveren gereedschappen en de grootere
munten, b. v. de pruissische daalders; in het 4 loods is daarcnte-