Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
322 Ztvcire metalen.
kwikzilver bestaat. Kookt men het, na de vloeistof afgegoten te heb-
ben , met zoutzuur, zoo gaat het poeder eindelijk tot een metaalko-
geltje over. Het tinehloruur heeft eene zoo groote neiging, om tot
chloride over te gaan, dat het aan het kwikzilver deszelfs chloor
onttrekt. Deze verhouding wordt bij analyses tot herkenning der
kwikzouten gebruikt.
376*. Troef. Bij eene oplossing van kwikchloride voege men
eenige droppels eener oplossing van jodpotassium , er ontstaat een
rood nederslag van kwikjodide, HgJ, dat men filtreert en droogt.
Verhit men een weinig van het roode poeder in een reageerbuisje ,
zoo wordt het helder geel van kleur, smelt en vervlugtigt zich,
terwijl de dampen zich aan het kouder gedeelte van het buisje tot
gele kristallen verdigten. Raakt men deze gele kristallen met een
ijzerdraad of iets dergelijks aan, zoo worden zij op hetzelfde oogen-
blik weder rood van kleur. Het kwikjodide komt dus (met dezelfde
zamenstelling) in twee verschillende toestanden voor, die zeer
kenmerkend door hunne kleur, maar daarenboven nog door hun
verschillenden kristalvorm onderscheiden zijn, zoo als bij een on-
derzoek met het vergrootglas blijkt.
Het kwikzilver laat zich door lang wrijven met kleverige stof-
fen, als vet, talk, was, enz. zeer fijn verdeelen, zoodat men er
geene metaalkogeltjes meer in bemerkt. Op deze wijze bereidt men
in de apotheken de kwikzilverzalven en pleisters.
KWIKZILVEE EN ZWAVEL.
377. Zwavelkwikzilver (HgS). Troef. Schudt men eene op-
lossing van kwikzilverchloride met weinig zwavelwaterstofwater
of zwavelwaterstofammonia, zoo ontstaat er een wit nederslag,
dat door cr meer bij te doen geel, dan bruin en eindelijk zwart
wordt: het zwarte ligehaam is zwavelkwikzilver. Men verkrijgt
deze verbinding ook door kwikzilver met gesmolten zwavel te
vermengen , ja zelfs door dagen lang kwik met zwavelbloemen te
wrijven (Aethiops). Wordt dit zwarte zwavelkwikzilver gesubli-
meerd , zoo verkrijgt men eene zwartroodc kristallijne massa, wier
kleur door wrijving in het heerlijkste scharlakenrood overgaat.
In dezen toestand wordt het zwavelkwikzilver cinnaber of vermil-
joen genoemd. Het roode en -het zwarte zwavelkwikzilver hebben
geheel dezelfde zamenstelling en verschillen uitwendig toch he-
melsbreed van elkander; zij bieden een der schoonste voorbeelden