Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Specifiek gewigt.
25
dan in den kouden toestand. Men moet daarom bij liet bepalen
van de digtheid der ligchamen ook op de temperatuur letten, die
zij bezitten, en men is overeen gekomen de warmte van 15° C.
als vast uitgangspunt voor de temperatuur aan te nemen.
Bij naauwkeurige onderzoekingen heeft men op eene vernuftige
wijze het in den bol zich bevindende kwikzilver tevens gebruikt
om de warmte aan te wijzen , door het in eene korte buis te gieten
en den bol daarvan in den bol van den vochtweger vast te smelten.
ïig. 11. De kleine schaal a van dit werktuig wijst de tem-
peratuur der vloeistof aan, en de lange schaal l hare
digtheid. Tot meerder gemak is de kleine schaal dik-
wijls zoo ingerigt, dat elke graad daarvan met een
graad der groote schaal overeenkomt, en men heeft
dan slechts noodig, de graden onder de middelbare
■ temperatuur bij de graden van digtheid op te tellen;
die boven de middelbare temperatuur daarentegen van
de laatste af te trekken, om zich voor onnaauwkeu-
righeden te hoeden.
Goud is 19 maal, zilver 10 maal zwaarder dan water,
met zilver vermengd goud moet dus specifiek ligter zijn
dan zuiver goud. Wijngeest en aether worden des te
ligter, hoe zuiverder en sterker zij zijn; loogen, stroop,
zuren enz. omgekeerd zwaarder bij toenemende deugdelijkheid en
sterkte; men kan hieruit afleiden, hoe belangrijk in vele gevallen
de kennis van het specifiek gewigt kan worden, om daarnaar de
deugdelijkheid en zuiverheid der ligchamen te beoordeelen.
SMELTEN.
30. De uitzetting der ligchamen was de eerste algemeene wer-
king der warmte. Aan vele vaste ligchamen bemerken wij echter
nog eene bijzondere werking der warmte; zij veranderen namelijk
van aggregatie-toestand, zij worden vloeibaar, zij smelten. Velen
worden vóór het smelten eerst week , zoo dat enkele stukken daar-
van zich tot één geheel laten zamen kneden ; b. v. boter, glas en
ijzer; het brooze glas laat zich in dezen toestand buigen als was,
het ijzer smeden.
Proef. Men houde eene dunne glazen buis in het bovenste ge-
deelte eener spiritus-vlam en draaije haar daarbij langzaam tus-
schen de vingers om (Fig. 69); zij zal, zoodra^zij gloeijend is
geworden, zoo week zijn, dat men haar naar willekeur kan bui-