Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Koper en zwavel. 317
ertsen in de lueht te roosten, waarbij het koper zich in koper-
oxydc, het ijzer in ijzcroxyduloxyde, de zwavel in zwaveligzuur
verandert, en daarna dezelve met kool en kwarts te smelten, waar-
door zieh uit het koperoxyde en de kool koper en kooloxyde vormen,
cn uit het ijzeroxydule en de kwarts kiezelzuur ijzeroxydule (ijzerglas
of slakken. Wat hier zoo eenvoudig schijnt, is bij de uitvoering
echter zoo moeijelijk, dat er dikwijls een 10—20 maal herhaald roos-
ten en uitsmelten noodig is, om al de zwavel en het ijzer te
verdrijven. De gesmolten massa, die men verkrijgt, wanneer
ongeveer de helft ijzer en zwavel afgescheiden is, wordt kopersteen
genaamd, en zwartkoper, wanneer zij van beiden nog slechts 5j
Ijcvat. Het zwartkoper wordt door langdurig smelten aan de lueht,
waarbij ijzer, zwavel, en de soms nog voorhandene vreemde me-
talen, als antimonium en lood, zich eerder oxyderen dan het koper,
gel-eel gereinigd (gaar gemaakt). Is het zwartkoper zilverhoudend,
zoo wordt het nog aan de zuivering (saigerung) onderworpen (zie
zilver).
Oneindig gemakkelijker is zeker het uitsmelten uit de ertsen,
waarin het koper in plaats van met zwavel, met zuurstof verbon-
den is, daar deze reeds alleen bij verhitting met kool metallisch
koper leveren, maar zulke ertsen komen op verre na niet genoeg
in de natuur voor, om daaruit zoo veel koper te gewinnen, als
raen verbruikt.
365. Koperlegeringen. Het koper vormt met vele andere me-
talen zeer belangrijke legeringen.
Goud en koper geven te zamen het gewone goud, zilver cn
koper het gewone zilver, waaruit de gouden en zilveren voorwer-
pen en munten gemaakt worden.
Uit zink en koper bestaat het bekende geelkoper en andere der-
gelijke legeringen, als tombak, simUor, nieuwgoud, prinsmetaal enz.
Door tombak tot zeer fijne plaatjes uit te slaan, verkrijgt men het
onechte bladgoud (goudschuim, dat men tot het vergulden van
bonbons en van St. Nicolaas goed aanwendt): door dit bladgoud
tot fijn poeder tc brengen het zoogenaamde goudbrons voor de
boek- cn steendrukkerijen. Wordt dit goudkleurige bronspoeder
zacht verhit, tot dat het purperrood is, zoo ontstaat daaruit het
purper- of koperbrons.
Zink, nikkel en koper zijn de bestanddeelen van het nieuwzil- ||
ver (pakfong of argentan).
Tin en koper vormen eene zeer harde graauwe legering, waar-
ii