Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
312
Ztvcire metalen.
krijgt het nog fraaijer, wanneer men kopergroen met azijn kookt,
bij de verkregene oplossing wat honig voegt en nogmaals kookt.
Hieruit verklaart gemakkelijk, waarom men zich uit den Oxymel
Aeruginis der pharmaeie steeds een rood afzetsel afscheidt: bij deze
langzame vorming verschijnt het koperoxydule hier dikwijls in kleine
duidelijke kristallen.
Reductie der koperverbindingen tot metaal.
356. Froef. Men wrijve eenige greinen kopervitriool, kool-
zure soda en kool te zamen, verhitte het mengsel eenige minuten
sterk voor de blaasbuis en wassche dan de fijngewreven zwarte
massa met water uit. Op den bodem van glas zullen tallooze
kleine deeltjes metallisch koper terugblijven. De koolzure soda
onttrekt aan het koperoxyde het zwavelzuur, de kool de zuurstof.
357. Proef. Wordt in een porceleinschaaltje 1 lood koper-
vitriool met 3 lood water tot kokens toe verhit en dan uog eenige
minuten met wat gegranuleerd zink gekookt, zoo scheidt zich
eveneens metallisch koper als poeder af, daar het zink eene
grootere afiiniteit tot zuurstof en zwavelzuur heeft, dan het koper.
Het verkregen poeder wordt afgewassehen en dan nog met water
en eenige droppels zwavelzuur -gekookt, om al het zink te ver-
wijderen. Het droogen van hetzelve moet snel, maar niet bij
sterke hitte geschieden , daar het koper in dezen fijnverdeelden
toestand begeeriger zuurstof uit de lueht opneemt, dan in massa.
358. Proef. Men brenge een weinig koperoxydehydraat in een
reageerbuisje, waarvan in den
bodem een gaatje gemaakt is ,
verwarme het, en voere er dan
waterstofgas over, dat men uit
zink en verdund zwavelzuur
ontwikkelt. De waterstof ont-
trekt in de hitte aan het ko-
peroxyde deszelfs zuurstof, en
vormt daarmede water, hetwelk
tegelijk met het hydraatwater
ontwijkt. Deze methode wordt dikwijls gevolgd, om in het klein
metaalreducties te doen.
359. Proef. Men stoote met eene ijzeren staaf den bodem uit
een opodeldocglas, vijle den rand een weinig af , en bedekke de
oorspronkelijke opening met eene bevochtigde blaas. Vervolgeus
legt men om hetzelve eenen ijzeren draad, dien men zoo te za-