Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Bismuth. 307
BISMUTH , Bismuthum (Bi).
{4eq. gevv, = 1330. — Spec. gew. — 9,9.)
345. Het bismuth wordt voornamelijk in Saksen , veelal in de
kobaltertsen gevonden en zondert zich, zoo als reeds vermeld is,
te gelijk met het nikkel als kobaltspijs af, wanneer deze ertsen
tot smalt worden versmolten. TJit de kobaltspijs en ook uit de
bismuthertsen gewint men het metaal op eene zeer eenvoudige
wijze. Het komt namelijk in beiden in den gedegen toestand
voor, en smelt reeds bij eene hitte, die slechts maal sterker
behoeft te zijn, dan die van kokend water; men behoeft dezelve
dus slechts op eene schuins liggende plaat zacht te verhitten, om
het smeltende bismuth er te laten afvloeijen, terwijl de andere
metalen of ertsen ongesmolten terugblijven. Men noemt deze
wijze van metaalgewinning eene scheiding (saigerung). Het bis-
muth is broos, heeft een kristallij n-bladerig weefsel en eene
roodachtig witte kleur.
Proeven met bismuth.
346. Men verhitte een stukje bismuth voor de blaasbuis: het
smelt onder verspreiding van vonken en verdampt bij grootere
hitte, terwijl het kookt; een gedeelte van den damp verdigt zich
op de kool en bedekt haar met een geel poeder, bismutho.xyde
(Bi,O,). Werpt men het gloeijende kogeltje in een van papier
gemaakt bakje, zoo verdeelt het zich in verschillende kleinere
bolletjes, die eenige oogenblikken gloeijend rp en neder springen.
De knoflookreuk, dien men gewoonlijk bij het verhitten van bis-
muth waarneemt, wordt door arsenicum veroorzaakt, waarvan
zich kleine hoeveelheden bijna altijd in het gewone bismuth be-
vinden.
347. Proef. Men smelte in eenen lepel 2 drachmen bismuth
met 1 drachme lood en 1 drachme tin te zamen; deze legering
heeft de merkwaardige eigenschap , van reeds in kokend water
volkomen vloeibaar te worden. Bismuth smelt bij 250° , lood bij
320**, tin bij 230" en een mengsel uit deze 3 metalen reeds bij
100°! Vermeerdert men het loodgehalte, zoo kan men zich naar
willekeur gemakkelijk vloeibare legeringen voor iedere temperatuur
boven 100° daarstellen. Men wendt dezelve somtijds als veilig-
heidsplaten bij stoomketels aan. Met de spanning van den water-
damp in den ketel stijgt ook de temperatuur in denzelven, en men
20*