Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
304 '/ware meialen.
loodoxyde koolzuur te voeren. Zoo als wij vroeger (338) gezien
hebben, kan eene loodsuikeroplossing nog 1 aeq. loodoxyde oplos-
sen ; dit tweede aequivalent wordt door het koolzuur als loodwit
nedergeslagen, waardoor in de vloeistof wederom onzijdig azijn-
zuur loodoxyde ontstaat, hetwelk weder met loodglit gedigereerd
en met koolzuur behandeld wordt. Met een pond loodsuiker kan
men op deze wijze langzamerhand verseheidene ponden loodglit
oplossen als koolzuur loodoxyde weder nederslaan. Het volgens
deze methode verkregen loodwit heeft wel eene schitterend witte
kleur, maar dekt niet zoo goed bij het verwen, als het engelsche
of hollandsche. De goedkoopere soorten worden met gemalen
zwaarsphaath vervalscht; dit blijft terug, wanneer men het lood-
wit in verdund salpeterzuur oplost. Bij verhitting laat het lood-
wit koolzuur en water los, en laat geel loodoxyde achter.
340*. Kiezelzuur loodoxyde komt zoo als wij gezien hebben in
het zoogenaamde kristalglas en iu het glazuur voor. De toevoe-
ging van loodoxyde tot de glas- of glazuurmassa maakt haar
gemakkelijker smeltbaar en vandaar dat men in de fabrieken vanr
aardewerk dikwijls, om brandstof te sparen bij het glazuren, meer
loodglit in het glazuur noodig brengt, dan noodig is. Hoe ge-
vaarlijk dit voor de gezondheid is kan men uit de volgende
proef leeren.
Froef. In een nieuw verglaasd aarden potje koke men wat
zuurkool met water, in een ander sterken azijn gedurende een uur.
De verkregen vochten worden nu met zwavelwaterstofwater onder-
zocht en in verreweg de meeste gevallen zal eene sterke reactie
op lood aanduiden, dat de zure vloeistoffen uit het glazuur eene
ruime hoeveelheid loodoxyde hebben opgelost.
Goed bereid glazuur geeft bij koking met azijn daaraan geen lood
af, het is slechts het overtollig tot de glazuurmassa toegevoegde
loodoxyde dat zich zoo gemakkelijk oplost. Het is daarom raad-
zaam geglazuurde voorwerpen eerst door koking met azijn te on-
derzoeken , alvorens ze tot het bereiden van spijzen te gebruiken.
En indien men zich geene andere dan slecht geglazimrde verschaf-
fen kan, moet men het koken met sterken azijn zoo dikwijls
herhalen tot dit geen loodoxyde meer oplost.
341. Loodboom. Froef. Men losse een 1 lood loodsuiker in 12
lood water op , make de vloeistof met eenige droppels azijnzuur
helder, giete ze in een fleschje en hange er eene zinkstaaf in, die
men aan de kurk bevestigt; het zink zal zich spoedig met eene