Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
lood. 303
340. Koolzuur loodoxyde (PbO,CO.).
Men giete bij eene oplossing van salpeterzuur loodoxyde zoo
lang eene oplossing van koolzure ammonia, als er nog een ne-
derslag ontstaat: dit is koolzuur loodoxyde. De onder den naam
van loodwit bekende verw is insgelijks koolzuur loodoxyde, maar
vermengd met afwisselende hoeveelheden loodoxydehydraat (basiseh
koolzuur loodoxyde). Men bereidt het in het groot op versehil-
lende wijzen :
a. Volgens de engelsche methode roert men loodglit met azijn
tot eene brij aan, er vormt zich dan basisch azijnzuur loodoxyde,
dat men op eene steenen oppervlakte uitstrijkt, en er den rook
van brandende coaks over heen blaast; het bij de verbranding
gevormde koolzuur verbindt zich dan met het loodoxyde. Het
azijnzuur speelt hier dezelfde rol als het stikstofoxyde bij de be-
reiding van het zwavelzuur, en dient slechts om de vereeniging
der beide andere ligchamen te bewerkstelligen; het lost het lood-
oxyde op, en biedt het dan aan het koolzuur aan; heeft het de
eerste portie afgegeven, zoo lost het eene tweede op enz. Men
begrijpt ligt, dat op deze wijze eene kleine hoeveelheid azijnzuur
(of ook loodsuiker) voldoende is, om langzamerhand eene groote
hoeveelheid loodoxyde in loodwit te helpen veranderen.
b. Volgens de oudste, de hollanasehe methode, worden in eene
kamer eene groote menigte potten, waarin men wat azijn giet, op
eene laag mist of run geplaatst, met eene dunne, opgerolde lood-
plaat gevuld en met stroo en mist bedekt: deze stoffen zijn in
eenen staat van verrotting of, wat hetzelfde is , van langzame
verbranding en verandering in koolzuur en water. Bij verrotting
wordt altijd warmte vri], en deze is in dit geval voldoende, om
den azijn langzamerhand te verdampen. In de lucht der loodwit-
kamer zijn derhalve aanwezig: zuurstof, waterdamp, azijndamp
en koolzuur. Denkt men zich deze stoffen achtereenvolgens met
het lood verbonden, zoo komt men tot de volgende trapsgewijze
opklimming: 1. loodoxyde, 2. loodoxydehydraat, 3. azijnzuur
loodoxyde, 4. basisch azijnzuur loodoxyde, 5. basisch koolzuur
loodoxyde: er vormt zich derhalve eerst loodoxyde, hetwelk , even
als bij de vorige methode, door bemiddeling van het azijnzuur
in koolzuur loodoxyde veranderd wordt. De fijnste soort van dit
loodwit wordt kremser wit genoemd.
c. Bij de fransche bereidingswijze wordt het loodwit langs den
natten weg bereid, door in eene oplossing van basisch azijnzuur