Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
bOO Zware metalen,
bereidt, is reeds vroeger aangegeven; daarenboven gebruikt de
scheikundige het, om menie, loodwit en andere uit loodzouten
zamengestelde kleuren te vervaardigen, de apotheker om met
boomolie eene onoplosbare loodzeep (loodpleister, diapalm), de
eehrijnwerker om met lijnolie een snel droogend vernis te berei-
den enz. Als het zuiverste loodglit moet men het engelsche be-
schouwen : in het saksische en goslarsehe treft men altijd kleine
hoeveelheden koper- en ijzeroxyde , ook wel zilver aan. Hoe het
in het groot gewonnen wordt, zal bij het zilver vermeld worden.
Smelt men loodglit in eenen hessisehen kroes, zoo bekomt men
na de bekoeling een bruin doorschijnend glas : dit is loodoxyde
met een weinig kiezelzuur verbonden, hetwelk het gedurende het
smelten uit de kroes heeft opgenomen.
333. Loodsuperoxydule. Troef. Men verhitte in eenen lepel
«en mengsel van 1 drachme loodglit en 4 drachme ehloorzure
potaseh: het verglimt tot een rood poeder, hetwelk men' met
water uitwascht. Hetzelfde geschiedt, wanneer men loodglit dagen
lang verhit, echter zonder het te smelten, en dikwijls omroert.
In beide gevallen neemt het loodoxyde nagenoeg | meer zuurstof
op, in het eerste geval van het' chloorzuur, in het laatste uit de
lucht, en bet wordt alzoo Pb, O,; deze verbinding wordt lood-
superoxydule of menie genoemd en als scharlakenroode verw veel
gebruikt.
334. Loodsuperoxyde (PbO,). Proef. Yerwarmt men menie
eenige minuten lang met salpeterzuur, zoo vervalt het in oxyde,
Jietwelk zich oplost en in loodsuperoxyde PbO,, hetwelk als een
donkerbruin poeder onopgelost blijft. Het lood behoort tot de
weinige metalen, die met zuurstof zich tot superoxyden kunnen
vereenigen.
Troef*. In een reageerbuisje brenge men een weinig loodsu-
peroxyde en overgiete bet met eene oplossing van zwaveligzuur
in water. Na eenige oogenblikken zal het donkerbruine poeder
wit geworden zijn. Het zwaveligzuur heeft zieh door de zuurstof
van het loodsuperoxyde tot zwavelzuur geoxydeerd eu zich met
het overblijvende loodoxyde tot wit zwavelzuur loodoxyde ver-
bonden.
Uit PbO" en SQs is ontstaan SO', PbO.
Door middel van loodsuperoxyde kan men gemakkelijk andere
ligchamen zuurstof doen opnemen.
Overgiet men het onmiddellijk met zwavelzuur dan wordt er