Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
296 . Zware mtalen.
zwavelammonium wordt daardoor ontleed en het zwaveltin wordt
wederom nedergeslagen.
Op dezelfde wijze gedragen zich de zwavelverbindingen van
eenige anderen metalen tegenover zwavelammonium of zwavelso-
dium , zoowel op den natten als op den droogen weg, en men
ziet ligtelijk in, dat men daarvan partij kan trekken, niet alleen
om deze metalen van andere te onderscheiden, maar ook te
scheiden.
327. Bereiding van het tin. Het tin wordt in de smelterijen
op eene zeer eenvoudige wijze gewonnen. Men roost vooraf de
stukgeslagen ertsen, om het arsenicum te vervlugtigen en het
ijzer te oxyderen; dan wascht men ze met water en verwijdert
daardoor het ligtere steenpoeder (Gangart) en het grootste gedeelte
van het ijzeroxyde : eindelijk smelt men dezelve met kool in eenen
schachtoven en verkrijgt kooloxydegas en metallisch tin, hetgeen
van onderen afvloeit. Het saksische tin wordt gewoonlijk iu dunne
platen, het engelsche in dunne stangen, het Banca-tin in lang-
werpige vierkante blokken uitgegoten. Het meeste in den han-
del voorkomende bevat nog sporen van arsenicum en andere
metalen. Bij het buigen geeft het een eigenaardig geluid en
verwarmt zich daarbij: dit wordt daardoor veroorzaakt, dat het
gesmolten tin bij het vast worden kristalliseert en dat deze kris-
tallen bij het buigen verschoven en over elkander gewreven wor-
den. Zeer fraai laten zich deze kristallen op vertind ijzerblik
voortbrengen.
Froef. Men verhitte een plaatje blik (vertind ijzerblik) op
eenen drievoet boven eene spirituslamp , tot dat het tin gesmolten
is en besprenkelt het dan met water, om
" ■ het tin snel te doen vast worden. De op-
pervlakte is graauw en dof, daar zij
met een laagje oxyde bedekt is: spoe-
dig echter komen er de schoonste kris-
tallijne teekeningen op te voorschijn,
wanneer men haar afwisselend met
twee papieren ballen wrijft, waarvan
de eene met verdund koningswater, de andere met potaschloog
bevochtigd is. Deze beide vloeistoffen lossen namelijk het laagje
oxyde op, en doen de zuivere tinoppervlakte uitkomen (moiré
métallique).
328. Yertinning. Froef. Hoe men koper of messing met tin