Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
294 '/ware meialen.
1 aeq. cbloor door 1 aeq. zwavel, in het laatste 2 aeq. chloor
door 2 aeq. zwavel vervangen of verdreven worden.
Enkelvoudig zwaveltin (SnS). Troef. Ook langs den droogen
weg laten zich deze beide zwavelmetalen daarstellen. In een 24
grein zwaar blad stanniol pakke men 12 gr. zwavelbloemen even
als in een papier in, rolle hetzelve zoo lang, tot dat het in een
reageerbuisje past en verhitte het hierin; de helft der zwavel
verbrandt, de andere helft echter verbindt zich ouder levendig
gloeijen mot het tin tot eene broinzwarte glanzende massa (SnS).
Besprenkelt men het buisje terwijl het nog heet is met koud wa-
ter, zoo barst hot en laat zich nu van het gesmolten zwaveltin
losmaken. Het ge^vigt van dit laatste bedraagt nagenoeg 30 greiu.
Dubbel zwaveltin (SnSj). Troef. De verkregene 30 gr. wor-
den fijngewreven en met ö gr, zwavel en 12 gr. salmiak naauw-
j,.^ jg-j keurig vermengd; het mengsel wordt in
' een glas met eenen dunnen bodem ge-
daan en in een zandbad uur lang
verhit. Men verkrijgt dubbel zwaveltin ,
langs dezen weg echter als eene even
als goud glanzende massa, aan welke
men den naam van musivgoud gegeven
heeft. Zij kan gebruikt worden om op
hout, gips, aardewerk enz. een naar
goud gelijkend overtreksel voort te bren-
gen (bronzen). Het salmiak vindt men
in het bovenste gedeelte van het glas gesublimeerd; het bevor.
dert het ontstaan eener schoone goudkleur.
325. Tinoxyde. Troef. Men verhitte in een reageerbuisje
eenige korreltjes tin met salpeterzuur: het tin verandert onder
sterke ontwikkeling van roode dampen in een wit poeder, tin-
oxyde. Het salpeterzuur kan het tin wel oxyderen, maar ver-
bindt zich niet met het gevormde oxyde. Het op deze wijze
verkregen tinoxyde verbindt zich wel met andere zuren, maar niet
zoo volkomen als het volgens 321 verkregene; het door gloeijing
daargestelde vereenigt zich, zoo als vermeld is, in het geheel
niet met dezelve (317). Het tinoxyde komt alzoo in drie allo-
tropische toestanden voor, als onoplosbaar, gemakkelijk, cn moei-
jelijk oplosbaar in zuren.
326. Tinsteen. Als onoplosbaar oxyde vinden wij het ook iu
de natuur gekristalliseerd (tinerts) of in rotssoorten ingemengd