Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
292 '/ware meialen.
deersel, omdat het zoo moeijelijk vloeibaar is, dat het uiet van
zelf zich over de oppervlakte van het metaal verbreidt, maar
daarop uitgestreken moet worden. Voor metalen voorwerpen,
die tegen groote hitte bestand moeten zijn, bedient men zich van
geel koper of van een ander moeijelijk smeltbaar metaalmengsel
tot soldeersel (hardsoldeersel).
Zelfs bij het tin, waaruit de tingieters hunne waren vervaar-
digen, wordt eenig lood gevoegd, omdat zuiver tin een weinig
broos is en de vormen niet goed aanvult. De hoeveelheid lood,
die bij het tin gevoegd mag worden, is in de meeste landen bij
de wet bepaald tot Men noemt deze legering proeftin ,
in tegenstelling van het fijne of bergtin, waaronder bet zuivere
verstaan wordt. Giet men een zuur op proeftin, zoo lost zich
alleen het tin op: dit laatste heeft dus de kracht, het lood voor
de inwerking van zuren te behoeden.
IIN EN ZUEEN.
319. Het Jjcste oplossingsmiddel voor tin is zoutzuur ; door dit
zuur stellen wij ons de twee belangrijkste tinzouten , tinehloruur
en tinchloride, daar.
Tinehloruur. Proef. In 3 schaaltjes legge men dun uitgesla-
gen bladtin (stanniol) en vuUe het eene met zoutzuur. Na eenige
uren wordt het zuur in het tweede schaaltje gegoten, hieruit
weder in het eerste enz., zoodat het metaal eenige dagen lang
afwisselend met de lucht en met het zuur in aanraking komt.
Onder den invloed der lucht vormt zich tinosydule, hetwelk door
het zuur wordt opgelost, en men verkrijgt alzoo eene oplossing
van zoutzuur tinoxydule of tinehloruur, uit welke zich door af-
dampen en bekoelen kleurlooze rbombisehe kristallen afzetten
(SnCl). Spoediger kan men dit zout bereiden door fijn verdeeld
tin (tindraaisel) ia een kolfje met zoutzuur te koken. Onder uit-
drijving van waterstof wordt er dan insgelijks tinchlorure ge-
maakt. In het dagelijksch leven beet het tinzout. Het heeft met
de ijzeroxydulezouten de eigenschap gemeen , dat het met groote
begeerte nog meer zuurstof aantrekt en zich in oxydezout veran-
dert. Hieruit verklaart het zich , waarom tinzout, dat lang aan
de lucht blootgesteld is geweest, zich niet meer in water helder
oplost, maar eene melkachtige vloeistof geeft. Om eene heldere