Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
Jfuter en warmte.
gevuld ficschje; vervolgens legt men op de gewigtsseliaal N.
lood en naast het fleselije zoo veel kleine ijzeren spijkers , tot de
sclialen weder in cvenwigt gekomen zijn. Men neemt nu beide,
flesehje en spijkers, van de sehaal, en werpt de spijkers iu het
fleschje, waaruit natuurlijk zoo veel water wordt uitgedrongen,
als de spijkers ruimte innemen. Hoe veel dit bedraagt, vindt men,
wanneer men het goed afgedroogde fleschje weder op de schaal zet
en van de andere zoo veel gewigt afneemt tot er weder evenwigt is.
Het gewigt, dat er afgenomen is, (ongeveer 2 wigtjes) vormt nu
den deeler en Ij N. lood of 15 wigtjes het deeltal, men krijgt
15
— 7,5 als het specifiek gewigt van het ijzer, waaruit de spij-
2
kers bestaan.
25*. Proef. In plaats van het gewigt te bepalen van de hoe-

veelheid water, die door het ligchaam , welks spec. gew.
men zoekt, kan men ook deszelfs volumen bepalen.
Men vult een glazen cilinder, die in cubieke dui-
men verdeeld is, tot aan een bepaald punt, b. v. 50,
met water en weegt op de balans N. lood (15 wigt-
jes) gewoon droog zand af. AYerpt men nu voorzigtig
het zand in den cilinder, dan stijgt het water daarin
6 cub. duim. Het zand neemt dus evenveel ruimte in
als G cub. duim water en daar 1 cub. duim water juist
1 wigtje weegt (zie §9), zoo wordt 6 de deeler der
breuken wij verkrijgen voor het spec. gew. van het zand
15
6
De wijze, om het spec. gew. te bepalen, is vooral bruikbaar bij
poedervormige ligchamen.
26. Proef AVil men het specifiek gewigt van een geheel stuk
ijzer of eenig ander ligchaam bepalen , dat niet in een fleschje
kan gebragt worden, zoo bindt men het aan een fijnen draad of
een haar, strikt dezen om de schaal b van eene gewone hand-
weegschaal , die men door inbinden der draden korter gemaakt
heeft, en weegt het ligchaam eerst in de lucht, vervolgens in het
water, terwijl men een glas met water er zoodanig onder plaatst,
dat het stuk ijzer een duim diep in het water hangt. Met het
indompelen daarvan zal de schaal, waarop het gewigt ligt, zinken;