Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
291
wigt verloren, nadat men deze goedkoop eu fraai uit glas cn
porcelein had leeren vervaardigen, maar daarentegen weet meu
het tegenwoordig op veel meer wijzen in ds kunsten en handwer-
ken te gebruiken, dan vroeger. In oude chemische werken voert
het den naam Jupiter.
Proeven met tin.
317. Proef. Men verhitte een stukje tin voor de blaasbuis,
het zal zich spoedig met een in de hitte geel, bij gewone tempe-
ratuur wit poeder bedekken; dit is tinoxyde (tinasch) , eene ver-
binding van 1 aeq. tin met 2 acq. zuurstof (SnO,). Het op deze
wijze verkregen tinoxyde lost zich in geen zuur op en kan door
geene hitte tot smelting gebragt worden. Het is zulk een zacht
poeder, dat men het dikwijls tot het polijsten van glas of metaal
aanwendt.
Proef. 2 Grein tin en 8 grein lood worden voor dc blaasbuis
verhit; zij smelten en vereenigen zich innig met elkander en men
verkrijgt eene legering van tin en lood. Wordt deze aan de lueht ge-
gloeid , zoo heeft er eene zoo krachtige oxydatie plaats, dat dc massa
Eig. 150. in hevige,beweging komt en voort blijft
gloeijen, zelfs nadat men haar van
het vuur heeft weggenomen. Op deze
wijze bereiden de fabriekanten van aar-
dewerk het porceleinaehtig glazuur voor
de steenen kagchels en het Faycnce
aardewerk. Van het verkregen meng-
sel van tin- en loodoxyde wrijve meu
een weinig met boraxpoeder te zamen
en vorme hieruit op een platinadraad
eene parel : deze parel wordt niet door-
zigtig, maar blijft door het daarin verdeelde onsmeltbare tinoxyde
ondoorzigtig en porceleinaclitig (email).
318. Legeringen van lood en tin worden door de metaalarbei-
ders onder den naam van soldeersel algemeen gebruikt, om me.
talen te zamen te hechten (te solderen). Wat voor den schrijn-
werker de lijm is, is voor den blikslager het soldeersel. Het
gemakkelijkst smeltbaar is eene legering van 2 deelen tin en 1
deel lood, en deze heeft daarom den naam van snelsoldeersel
bekomen. Eene andere legering, die men tot het solderen van
grovere voorwerpen, als b. v. dakgoten gebruikt, bestaat uit 2
deelen lood en 1 deel tin cn draagt dan den naam van strijksol-
19»