Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
290 '/ware meialen.
galmei met kool vormen, en de zinkdampen ontwijken. Deze
laatsten verdigten zich grootendeels reeds in de buis, en droppelen
onderaan als metaal in een vat af. Men behoeft hetzelve nu nog
slechts eens om te smelten en in platen te gieten. Het in den
handel voorkomende zink (werkzink) bevat altijd nog kleine hoe-
veelheden ijzer en lood bijgemengd. Is het loodgehalte grooter
dan li ;, zoo blijft het zink ook in hoogere temperatuur broos
en laat zich niet meer tot platen uitslaan.
CADMIUM (Cd).
3iri. Het Cadmium is een zeldzaam voorkomend metaal. Het
is zeer na verwant met het zink, in welks ertsen het in geringe
hoeveelheid aangetroffen wordt en het onderscheidt zich van dit
lioofdzakelijk daardoor, dat het ook in de koude smeedbaar is en
uit zijne zure oplossingen door zwavelwaterstofgas als geel zwavel-
eadmium nedergeslagen wordt. Uit de zinkzouten wordt, zoo als
reeds vermeld is , als er vrij zuur aanwezig is, d oor dit reagens niets,
maar door zwavelwaterstofammonia wit zwavelzink nedergeslagen,
TIN, Stannum (Sn).
(Acq. gew. = Tih. — Spec. gew. = 7,2.)
316. Het tin behoort tot de weinige metalen, die reeds in de
oudste tijden bekend waren: het smelt reeds bij eene geringe
hitte (230") en tinertsen vindt men in vele landen in het zand,
waarmede de oppervlakte der aarde bedekt is; het was dus ook
zeer gemakkelijk te vinden en uit te smelten. Men haalde het
voornamelijk van de britsche eilanden, die van daar nog den naam
van Tineilanden verkregen en nu nog, na Malakka en Banca in
Oost-Indie , het zuiverste tin leveren. De schoone glans , die dit
metaal bezit, de geringe verwantschap tot zuurstof, waardoor het
aan de lucht en in waterlang blank blijft, de gemakkelijke smelt-
baarheid, waardoor het bijzonder geschikt is voor gegoten voor-
werpen en tot het overtrekken van andere metalen (vertinnen),
de weekheid en buigzaamheid, die het bijzonder kenmerken, deze
eigenschappen zijn het vooral, die het tin tot een zeer hoog ge-
schat metaal gemaakt hebben. Als materiaal voor eet- en drink-
gereedschappen , heeft het wel een weinig van zijn vroeger ge-