Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
'/Atik eu suren. 289
zinkzouten zijn vergiftig en verwekken, wanneer zij in de maag
gebragt worden, hevige braking; tegengiften zijn melk, eiwit
en koflij.
312. Proeven met zinkvitriool. Men bereide eene oplossing
van zwavelzuur zinkoxyde en druppele daarbij :
a. Ammonia of potaschloog : er ontstaat een wit nederslag van
zinkoxydehydraat, hetwelk zich in overvloedig alkali wederom oplost.
b. Zwavelwaterstofammonia: ook hier vormt zich een wit neder-
slag van zwavelzink. Deze verhouding van het zink maakt men
zich ten nutte, om het van andere metalen te onderkennen en
te scheiden. Zwavelzink komt ook in de natuur voor, maar heeft
dan eene gele of bruine kleur cn draagt den naam van zinkblendc.
Door roosten, verweeren en uitloogen maakt men van deze erts
zinkvitriool, even als men uit zwavelijzer ijzervitriool gewint-
c. Koolzure ammonia of soda -. men verkrijgt koolzuur zink-
oxyde , eveneens onder de gedaante van een wit nederslag. Droogt
men het goed uitgewasschen nederslag, zoo ontwijkt meer dan de
helft van het koolzuur: gloeit men het, zoo gaat al het koolzuur
weg en men houdt zinkoxyde over.
313. Koolzuur zinkoxyde vindt men ook in de natuur, vooral
in Silezie , Westphalen en België: het is de belangrijkste zink-
erts en men bezigt ze in de vermelde landen algemeen ter uit-
smelting van het zink. De bergwerker noemt deze erts galmei,
ook wel ealamijnsteen.
314. Bereiding van zink. Zal van de galmei zink worden,
zoo moet en het koolzuur en de zuurstof verdreven worden. Het
eerste geschiedt, even als bij den kalk, door branden in ovens,
het laatste even als bij het ijzer, door gloeijen met kool. De
reductie kan echter natuurlijk niet in opene ovens plaatshebben,
het zink zoude verdampen en in de lucht weder tot zinkoxyde
verbranden, zoodat men van het zinkoxyde in den oven slechts
zinkoxyde in de lucht bekwam. Er moet dus meer eene destil-
latie dan eene uitsmelting plaats hebben. Als destilleervaten wendt
men of cylinders (retorten) of kasten (muffels) van klei aan , waar-
Fig. 149. meerdere in eenen kring of op elk-
ander in eenen oven plaatst." Nevensgaande
figuur is de afbeelding van eenen muffel. Voor-
aan in dezelve is eene gebogen aarden buis
tevestigd, door welke het koolzuur en het kool-
oxyde , die zich bij het gloeijen der gerooste
19
i