Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
286 '/ware meialen.
als spijkers, gespen, gazometers cn gasbuizen, tot dakgoten en
dakbeklcedsels, tot koelvaten voor de brouwerijen enz. Het is
namelijk harder en toch ligter dan lood, goedkoper dan koper en
wordt minder door lucht en water aangetast dan ijzer. Gewoon-
lijk komt het onder de gedaante vau platen in den handel voor;
deze zijn zoo broos, dat zij met eenen hamer in kleine stukjes
geslagen kunnen worden : op de versche breuk vertoont het een
kristallijn draderig weefsel en eene blaauwachtig witte kleur. Vroe-
ger heette het ook spiauter of galmeimetaal.
Iu den laatsten lijd heeft men getracht de taaiheid en sterkte
van het ijzer en de grootere luchtbestendigheid van het zink met
elkander te vereenigen, door ijzeren voorwerpen met een laagje
zinkmetaal te bekleeden. Zoo zoude b. v. een spijker van zink
in den wand niet in staat zijn een zwaren last te dragen, ter-
wijl een ijzeren spoedig gaat roesten en na eenige jaren geheel
daardoor is verteerd. Een ijzeren spijker, met zink bedekt, veree.
nigt daarentegen de voordeden der beide metalen in zich. Men
geeft aan deze voorwerpen den zeer onvoegzamen naam van
gegalvaniseerd ijzer. Er komt bij de vervaardiging daarvan hoe-
genaamd geen galvanisme iq het spel : de voorwerpen, platen ,
draad enz. worden slechts goed gereinigd, zoodat zij eene zui-
vere metaaloppervlakte hebben, in gesmolten zink gedompeld,
waarvan dan eene genoegzame hoeveelheid zich aan het ijzer
hecht, om het geheel te verzinken.
310. Proeven met zink.
a) Blijft blank zink lang aan de lucht liggen, zoo verliest het
zijnen glans en overtrekt zich met een graauw laagje. Dit bestaat
uit zink , met eene kleine hoeveelheid zuurstof verbonden, en
heet suboxyde.
b) Proef. Men legge een stukje blank geschuurd zink afwis-
selend in water en aan de lueht: het zal zich langzamerhand met
eene witte korst bedekken , het roest even als ijzer : het zinkroest
heeft echter eene witte kleur. Bij het ijzer plant zich de oxydatie
snel naar binnen toe voort, bij het zink niet of ten minste zeer
langzaam en daarom blijven voorwerpen van zink, aan wind en
weder blootgesteld, veel langer goed dan ijzeren. Ijzerroest is
ijzeroxydehydraat, zinkroest is zinkoxydehydraat. Tegelijk met
de zuurstof neemt echter het zink koolzuur uit de lucht op, het-
welk men aan het opbruisen bemerkt, wanneer men een' droppel
zuur op geroest zink laat vallen: het witte roest is derhalve eene