Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
284 '/ware meialen.
brengen. De knoflookreuk wordt door arsenicum veroorzaakt, liet-
welk de kobalt- en nikkelsteenen altijd vergezelt.
304. Smalt of kobaltglas. Tegenwoordig verarbeidt men de
arsenikkobalt en arsenikkel bevattende ertsen (spijskobalt, kobalt,
kies, kobaltglans enz.) op de volgende wijze. De stukgeslagen
ertsen worden eerst in eenen vlamoven zoolang geroost, tot dat
het aan het kobalt gebonden arsenicum uitgedreven en van het
kobaltmetaal kobaltoxyde geworden is; dan vermengt men ze met
zand en koolzure potaseh en smelt dit mengsel in aarden kroezen.
Er ontstaat glas, en hierin lost zich het kobaltoxyde met eene
donkerblaauwe kleur op; het arsenikkel blijft echter, met het dik-
wijls aanwezige zilver en bismuth onopgelost en zet zich op den
bodem als eene metaalaardige gesmoltene massa (kobaltspijs) af.
Het gesmolten glas wordt, om het broos te maken, in koud wa-
ter gegoten en dan tot een zacht poeder gemalen en gewasschen.
Men noemt zulke fabrieken blaauwsclfabrieken en gebruikt het
fabriekaat onder den naam van koningsblaauw, smalt of blaauw-
sel, als de duurzaamste kleur, niet alleen als smeltkleur voor
glas, porcelein en aardewerk, maar ook als gewone verw, tot het
doorhalen der wasch, het kleuren van papier, enz.
305. Argentaan of nieuw^ilver. De overig gebleven kobalt-
spijs wordt tegenwoordig algemeen tot daarstelling van nieuwzilver
of argentaan gebruikt. Men onttrekt daaraan eerst het arse-
nicum, vervolgens het bismuth cn zilver, en smelt eindelijk het
nikkelmetaal met 4 of 5 maal zooveel geel koper (koper en zink)
te zamen, waardoor men een metaalmengsel (eene legering) ver-
krijgt van eene zilverwitte kleur; fraaijen glans en groote rek-
baarheid. Hoe uitgebreid deszelfs gebruik als surrogaat van het
zilver voor vorken, lepels en voorwerpen van weelde is, is ge-
noeg bekend.
306. Als gedegen metalen hebben nikkel en kobalt groote over-
eenkomst met ijzer, maar zij zijn edeler, d. i. zij nemen niet
zoo begeerig zuurstof op, roesten niet zoo ligt als ijzer. Deze drie
metalen: ijzer, kobalt en nikkel vormen, zoo als reeds vermeld
is, het magnetische klaverblad: zij alleen onder de meer bekende
metalen worden door den magneet aangetrokken. Opmerkens-
waardig is het ook , dat juist deze drie metalen altijd in de ijzer-
of steenklompen voorkomen, die somtijds, men weet niet van
waar, in gloeijenden toestand uit de lucht op de aarde vallen
(meteoorijzer en meteoorsteenen).