Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Mangaan,
283
346 pond mangaan
of 1 acq. 'Mm
346 pond mangaan
of 1 aeq. Mn
346 pond mangaan
of 1 aeq. Mn
346 pond mangaan
of 1 aeq. Mn
346 pond mangaan
of 1 aeq. Mn
geven met 100 pond zuurstof mangaanoxy-
of 1 acq. O dule, MnO,
geven met 150 pond zuurstof mangaauoxyde.
of 1> aeq. O Mn,O,,
geven met 200 pond zuurstof mangaansupcr-
of 2 aeq. O oxyde, Mnü,.
geven met 300 pond zuurstof mangaanzuur,
of 3 aeq. O MuO,.
geven met 350 pond zuurstof overmaugaau-
of aeq. O zuur, Mu^O^,
Verder wordt het ons hier regt duidelijk , hoe het de mindere
of meerdere hoeveelheid zuurstof is, die een en hetzelfde element
lot eene basis of een zuur maakt. Yan de groote menigte zouten,
welke ten gevolge dezer dubbele natuur van het mangaan te voor-
schijn kunnen geroepen worden, verkrijgt men een denkbeeld,
wanneer men bedenkt, dat hetzelve niet alleen met alle zuren als
oxydule en oxyde; maar ook met alle bases als mangaanzuur en
overmangaanzuur, tot zouten vereenigd kan worden.
KOBALT (Co) EN NIKKEL (Ni).
(Aeq. gew. = 370. Spcc. gew. = 8,5. — Aeq. gew.-370. Spec. gew. = 9.)
303. In den tijd, toen de bergwerker in de eenzame diepte
der mijnen nog met berggeesten en aardmannetjes verkeerde, vond
men hier en daar, vooral in de bergwerken te Schneeberg in het
Hartzgebergte, ertsen, die glanzend en zwaar waren, als de
schoonste zilverstukken, maar in den smeltoven geen zilver gaven,
en met een onaangenamen knoflookreak tot eene graauwe asch
vervielen. Volgens de denkwijze van dien tijd, schreef men het
verdwijnen van het vermeende zilver aan booze geesten toe, en
wierp deze ertsen, die men, naar den naam dier geesten, Kobol-
den en Nikkels noemde, verachtelijk weg. Tegenwoordig echter
werpt men ze niet meer weg, maar schat ze hoog, daar men de
in Kobold- of kobaltertsen een metaal gevonden heeft, waarmede
men glas en porcelein prachtig blaauw kan verwen, en in de
nikkelertsen een metaal, hetwelk aan geel koper het aanzien van
zilver verleent. De reden, waarom men vroeger uit deze ertsen
geen metaal gewinnen kon, ligt eenvoudig in de uiterst moeije-
lijke smeltbaarheid van het kobalt- en nikkelmetaal: de hitte der
vroegere smeltovens, was uiet genoegzaam, om ze in vloed te