Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Mangaan. 281
Dc helft der zuurstof is ontwekeu en er is maugaanosydulc (MuO)
teruggebleven, hetwelk, daar het eene. zoutbasis is, zich met het
zwavelzuur vereenigt. Evenzoo vormt zich zoutzuur mangaauoxy-
dule of mangaauehloruur (MnCl) bij de bereiding van ehloor (150)
eu blijft, gewoonlijk door chloorijzer geel gekleurd, in de kolf
achter. De meeste mangaanoxydulevcrbindingen hebben eene flaauw
roode kleur.
300, Een gedeelte vau het verkregen zwavelzuur mangaan-
oxydule wordt in water opgelost en tot de 3 volgende proeven
gebezigd.
a) Proef. Aan de lucht blootgesteld wordt de oplossing don-
kerbruin, en laat met der tijd een even zoo gekleurd poeder val-
len. Hierbij geschiedt hetzelfde als bij eene oplossing van zwavel-
zuur ijzeroxydule. Het ma)igaanoxydule neemt namelijk zuurstof
uit de lueht op en wordt mangaanoxydehydraat , waarvan zieh een
gedeelte afscheid, daar het zuur niet toereikend is, om alles op-
gelost te houden.
b) Proef. Bij een ander gedeelte der vloeistof wordt salmiak-
geest of potaschloog gegoten : deze sterkere bases bemagtigen het
zwavelzuur en mangaanoxydulehydraat (MnO-l-HO) wordt als een
wit nederslag afgescheiden. Bij hilt alliltreren verandert zich dit
in mangaanoxydehydraat (Mn,Oj-F3HO), dat donkerbruin is; ge-
heel als bij het ijzeroxydulehydraat. Doopt men een lapje in dc
mangaanoplossing cn haalt men het, als het droog geworden is,
door potaschloog, zoo blijft het nederslag aan de draden vasthech-
ten en men verkrijgt bij het blootstellen aan de lucht eene fraai
donkerbruine kleur. In de verwcrijcn noemt men deze bruine
kleur Mangaanbiester.
c) Proef. Het derde gedeelte der vloeistof vermengt meu met
zwavelwaterstofwater: er heeft geene verandering plaats, deze
volgt echter terstond, wanneer men er salmiakgecst bij droppelt
(294); er vormt zich dan een bleekrood nederslag, dat uit man-
gaanmetaal en zwavel bestaat (MnS). Üp deze wijze laat zich het
mangaan in oplossingen herkennen, want het is het eenige metaal ^
hetwelk met zwavel een zwavelmctaal van eene vleeschroodc
kleur geeft.
301. Mangaanzuren. Bijzonder kenmerkend voor het mangaan
is nog, dat het zich met nog meer zuurstof verbinden kan, dan
het sujieroxyde reeds bevat.
Proef. Men wrijve iu een rnorLier 1 drachme bruinsteen met