Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
Jfuter en warmte.
Bij eene geringe diepte onder dezelve behoudt het water altijd eene
temperatuur van 4° C.
SPECIFIEK GETIGT.
23. IJs drijft op het water, ijzer zinkt daarin, dewijl het eerste
ligter, het laatste zwaarder is dan water. Leggen wij echtereen
stuk ijs in spiritus, zoo zinkt het daarin, of een stuk ijzer op
kwikzilver, zoo drijft het daarop; ijs is dus zwaarder dan spiritus,
ijzer ligter dan kwikzilver. Men zegt ook wel: spiritus is ligter
dan water, het kan dus minder dragen: kwikzilver is zwaarder
dan water, het draagt meer. Wat men naar het gewone spraak-
gebruik in dezen zin zwaarder en ligter noemt, heet in de we-
tenschappelijke taal specijiek zwaarder en specifiek ligter, waardoor
men wU aanduiden, dat men bij deze vergelijking der zwaarte of
liever van het gewigt der ligehamen, zich altijd even groote
stukken of gelijke maten daarvan te denken heeft. De uitdrukking:
ijs is ligter dan ijzer, beteekent dus zoo veel als: van twee even
groote stukken ijs en ijzer weegt het eerste minder dan het tweede,
en de stelling: kwikzilver is zwaarder dan water is aldus te ver-
staan: eene kan kwikzilver heeft meer gewigt dan eene kan water.
Om te weten, hoeveel malen kwikzilver zwaarder is dan water
of ijzer in vergelijking van ijs, heeft men slechts gelijke volumen
of ruimte-deelen van dezelve te wegen en de gewigten met elkan-
der te vergelijken. Heeft men b. v. vijf volkomen gelijke bakjes,
die zoo groot zijn, dat zij juist 100 gram water kunnen bevatten,
en vult men het eerste met spiritus, het tweede met ijs en zoo
vervolgens met water, ijzer en kwikzilver, zoo zal men de vol-
gende verschillen in gewigt vinden : het
water, ijzer, kwikzilver
bakje met spiritus, ijs.
zal wegen
80 90 100 750 1350
gram. gram. gram. gram. gram.
Tot meer gemakkelijke vergelijking der getallen, welke aanwij-
zen , hoeveel malen een ligehaam specifiek zwaarder of ligter is
dan een ander, is men overeen gekomen, het gewigt van het
water, als het meest in de natuur verbreide ligehaam, als het
grondgewigt of de eenheid aan te nemen. Men zal dus in het
onderhavige geval te vragen hebben: hoeveel malen zijn spiritus