Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
266 Zware metalenj
282. Staal. Het staal staat iu het midden tussehen het gego-
ten koolijzér en het staafijzer, zoo wel met betrekking tot het
koolgehalte, als in eigenschappen.
a. Gloeijend in water uitgedoofd, wordt het zeer hard en broos
(even als ruwijzer), een weinig langzamer afgekoeld, elastisch; bij
zeer langzame afkoeling blijft het echter week, rekbaar en smeed-
baar (even als staafijzer).
b. Het smelt moeijelijker dan ruwijzer en gemakkelijker dan
staafijzer.
c. Het bevat ongeveer op een centenaar 2—2^ pond kool.
Door deze eigenschappen wordt het staal tot een zoo hoogst
gewigtig materiaal voor duizende voorwerpen, vooral voor scherpe
instrumenten, daar men hetzelve naar willekeur week of hard,
elastisch of broos maken kan. Gewoonlijk bluscht men de stalen
voorwerpen eerst gloeijend in water en vermindert dan de broos-
heid door het aanloopen.
Proef. Men houde eene breinaald in eene spiritusvlam, tot dat
zij gloeit en steke ze dan snel in koud water : zij wordt daar-
door zoo broos, dat zij, wanneer men beproeft ze te buigen, breekt.
Men houde nu de naald wederom in de vlam cn beschouwc de
klcursveranderingen , die zij ondergaat. Zij wordt eerst geel, dan
oranje, purperrood, violet, blaauw en eindelijk zwartgraauw. De
oorzaak dezer klcursverandering is dezelfde, als bij het staalwa-
ter (276) : er vormt zich namelijk op het staal een laagje oxyde,
dat eerst dun is en eene gele kleur heeft, maar langzamerhand
dikker en te gelijk donkerder van kleur wordt. Het eindresultaat,
de zwartgraauwe korst, is hamerslag. Bij het staan van het staal-
water aan de lucht, ging de oxydatie nog verder: het eindproduct
was daar een bruin ligehaam (ijzcroxydehydraat). Met elke van
deze kleuren correspondeert een bepaalde graad van hardheid en
elasticiteit: gedurende de gele kleur is het staal zeer hard cn broos,
gedurende de blaauwe het weekst en het meest elastisch. Door
deze eigenschap, die men het aanloopen van het staal noemt, zijn
de staalwerkers in staat, om den verschillenden graad van hard-
heid en elasticiteit hunner fabrikaten te beoordeclcn; zeer broos
en hard zijn vijlen en scheermessen, zeer week en elastisch zagen
en horologieveren.
283. Het staal kan op tweeërlei wijzen daargesteld worden:
1) Door het frissehen van ruwijzer tot de helft van de kool
verbrand is (fuw- of frischstaal).