Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Gegoten, ijzer, staafijzer en, staal.
2G3
lijk, terwijl men het ijzer tot het smeltpunt verhit en onder
herhaald omroeren er lucht door heen laat strijken, welker zuur-
stof zich met de'kool tot kooloxyde verbindt. Daarbij wordt ech-
ter een aanmerkelijk gedeelte van het ijzer tot hamerslag
geoxydeerd, hetwelk met het zand, dat altijd aan de ruwijzerstukken
hangt, of ook opzettelijk op den haard gestrooid wordt, tot zware
zwarte slakken (frisehslakken = kiezelzuur ijzeroxydule) te zamen
smelt. De ijzermassa wordt langzamerhand taaijer, daar ijzer des
te moeijelijker smelt, hoe minder kool het bevat, en komt einde-
lijk onder de gedaante van losse, poreuse klompen onder eenen
zwaren hamer, die de nog daarin voorhandene slakkendeelen uit-
slaat, en de ijzerdeeltjes tot eene zamenhangende massa vereenigt:
hieruit hamert men gewoonlijk vierhoekige staven of stangen. Men
noemt deze bewerking, waardoor het brooze ijzer in rekbaar en
buigzaam staafijzer wordt veranderd, het frisschen; het doel van
deze bewerking is de verwijdering der kool uit het ijzer. Het
volgende schema zal dit nog duidelijker maken :
Ruwijzer: ijzer (^)j ijzer (4), koolstof,
lucht: — zuurstof, zuurstof,
zand: — kiezelzuur,
producten: smeedijzer, slakkeu, kooloxydegas.
Om grootere hoeveelheden ijzer te frisschen, wendt men vlam-
Fig. UI.
omgeroerd (gepuddeld) moet worden.
ovens aan, even als bij de
bereiding der koolzure soda.
Daar bij deze het brand-
materiaal niet met het ijzer
in aanraking komt, zoo kan
men goedkoopere brandstof-
fen dan houtskool, b.v. steen-
kolen of turf bezigen, wier
asch volgens de gewone wijze
van frisschen op den haard,
waarbij het ijzer onmiddel-
lijk in de kolen gelegd wordt,
het ijzer zoude bederven.
Deze ovens hebben den naam
van pudlings-ovens verkre-
gen, omdat het ijzer altijd