Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Gegoten, ijzer, staafijzer en, staal.
2G3
heeft, bij d door groote blaasbalgen of andere blaaswerktuigen iu
den oven gedreven; in dezen stijgt de hitte tot op 12 a 1400» C.
Naarmate de in ijzer en slakken gescheiden beschikking van on-
deren verwijderd wordt, werpt men er van boven weder nieuwe
hoeveelheden erts, toeslag en kool in, en op deze wijze gaat
het smelten onafgebroken voort dikwijls 5 of 6 jaar, zoo lang de
oven hot uithoudt.
Ijzersteen: ijzer -[- zuurstof kiezelaarde (klei)
toeslag: — — kalk (klei)
brandstof: kool kool — —
producten: koolijzer kooloxydegas kiezelz. kalk en 1
(gegoten ijzer) en koolzuur kiezelz. aluinaarde J ®
De hoogovcnslakken hebben meestal eene groene of blaauwe
kleur, die door een weinig ingemengd ijzer- of mangaanoxydule
veroorzaakt wordt; zij worden dikwijls, in vierhoekige stukken,
als bouwmateriaal gebruikt.
279. Gegoten ijzer of ruwijzer. Het op deze wijze gewonnen
metaal is nog geen zuiver ijzer, maar eene chemische verbinding
van ijzer met koolstof. 1 Centenaar ijzer neemt in de witgloei-
hitte ongeveer 4—5 pond kool op, en daarenboven nog wat silicium
uit de kiezelaarde, wat aluminium uit de klei, enz. In dezen
toestand heeft het de volgende eigenschappen :
a) Het is in de witgloeihitte smeltbaar (smeedijzer en zuiver
ijzer niet) en derhalve bijzonder geschikt voor ijzeren voorwerpen,
die zich door gieten laten daarstellen. Tot het omsmelten van het
ijzer gebruikt men in het klein kroezen van graphiet, in het
groot schachtovens, zoogenaamde kapelovens.
b) Het is broos en laat zich niet smeden noch wellen (smeed-
ijzer en staal laten zich buigen , smeden en wellen). De aan-
wending van hetzelve bepaalt zich dus tot de voorwerpen, die
niet aan buiging behoeven blootgesteld te zijn. In den laatsten
tijd heeft men echter de opmerking gemaakt, dat gegoten ijzer
door het eenige dagen met hamerslag of met spaathijzersteen te
gloeijen, eenen zekeren graad van buigzaamheid kan verkrijgen
en zich dan zelfs eenigzins laat wellen. Aan dit ijzer heeft men
den naam van hamerbaar ijzer (fer malléable) gegeven.
In den handel komen twee soorten van ruwijzer voor, namelijk
graauw en wit. Het graauwe heeft een bijna zwart, korrelig weef-
sel en laat zich door stalen instrumenten vijlen, boren en draaijen!