Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
HHi
IJzer. 261
277. Ijzerertsen. Met de verbindingen, die het ijzer met
zuurstof aangaat, hebben wij te gelijk de gewigtigste ijzerertsen
leeren kennen, waaruit men het ijzer in het groot bereidt. Zij
zijn de volgende :
reO+re.O, magneetijzersteen,
FeO,CO, spaathijzersteen (klei-ijzersteen, sphaerosiderit).
I"e,0, roodijzersteen (bloedsteen),
FejO,+3HO bruinijzersteen (geelijzersteen, oker).
GEGOTEN IJZER, STAAFIJZEB EN STAAL.
•278. Uitsmelting van het ijzer. Om uit deze ertsen metalliseh
ijzer te gewinnen, moet men haar de zuurstof onttrekken. Dit
geschiedt algemeen door hevig gloeijen met kool. In den regel
wendt men een mengsel van verschillende ertssoorten aan, daar de
ondervinding geleerd heeft, dat het uitsmelten zoo gemakkelijker
eu meer volkomen plaats heeft, dan wanneer men slechts eene
enkele soort van ijzersteenen bezigt (sorteren der ertsen). Ook ver-
hit men gewoonlijk de ertsen, die water, koolzuur eu zwavel
bevatten, vooraf in afzonderlijke ovens, om deze vlugtige stoffen
uit te drijven (roosten der ertsen). Verder moet men opmerken,
dat de ijzerertsen, zoo als zij in de natuur voorkomen, nooit zui-
ver zijn, maar steeds'andere inmengselen, als kiezelaarde, klei,
kalk, mangaan, phosphorus, enz. bevatten, die ook verwijderd
moeten worden. Vau deze stoffen komt de kiezelaarde in de groot-
ste hoeveelheid in de ijzerertsen voor. Deze smelt zelfs in het he-
vigste vuur niet, en moet toch tot smelting gebragt worden,
wanneer het ijzer uit de ertsen uitvloeijen en als eene zamen-
hangende massa verkregen zal worden. Men bereikt dit oogmerk
door toevoeging eener basis, waarmede zich het kiezelzuur ver-
binden kan , gewoonlijk door kalk. Er ontstaat een kalkglas eu
wanneer er te gelijk klei of leem voorhanden is, ook een aluiu-
aardeglas, welke beide gemakkelijk smelten en als zoogenoemde
slakken afvloeijen. Zulke ligchamen, die als vloedmiddelen werken,
noemt de bergwerker toeslag en het mengsel van de ertsen met
kalk (leem) de beschikking. Deze beschikking wordt nu in afwisse-
lende lagen met houtskool of ooaks in eenen grooten schachtoven ge-
worpen, die hoogoven genoemd wordt en de volgende inrigting heeft.
Dc bovenste opening dient gelijktijdig tot het inwerpen vau
ertsen en kool cn tot het ontwijken van dc vcrbraudingsproduclen,